Websophia   Uw reactie 

Dialoog over het waardevolle

Evert Jan Ouweneel


Wat mag waardevol heten en wat niet? In deze dialoog duiken we de diepte in, op zoek naar de aard van het fenomeen ´waarderen´. In het bijzonder aandacht voor de waarde van menselijk gedrag.

- Wat is waardevol?
- Datgene waaraan men waarde hecht.
- Wat is dat: waarde aan iets hechten?
- Zoals je het zegt: waarde aan iets ‘hechten’, verbinden, toekennen.
- Kunnen wij dit een waardeoordeel noemen?
- Ja, en het werkwoord dat erbij hoort is ‘waarderen’.

- Wat is waardeloos?
- Datgene waaraan men geen waarde hecht.
- Men onthoudt zich van een waardeoordeel?
- Ja, of men hecht juist als waardeoordeel geen waarde aan iets.
- Wat doet men in het laatste geval?
- Men verkláárt dat iets geen waarde heeft.
- Maar neemt men de moeite dit te verklaren, dan heeft het kennelijk al zekere waarde?
- Inderdaad, iedere bemoeienis met iets verleent het al een bepaalde waarde.
- Aandacht schenken is al een vorm van waarde schenken?
- Ja, alleen wanneer iets niet onze aandacht heeft, is het vollédig waardeloos.

- Maar heeft iets dan geen waarde in zichzelf?
- In die zin, dat niets waarde heeft zonder de bevestiging ervan door een waardeverlener.
- De waarde van iets is dus afhankelijk van iedere waardeverlener?
- Precies, er is geen intrinsieke waarde zónder waardeverlener.
- Iets heeft alleen voor állen waarde, wanneer állen het afzonderlijk waarde geven?
- Ja, alle mensen zijn wat dit betreft dus evenveel waard, gelijkwaardig.
- Verleen ik dus namens een ander waarde aan iets, dan moet hij daarmee instemmen?
- Inderdaad, anders heeft het nóg geen waarde voor die ander.

- Hoe komen wij tot een waardeoordeel over iets?
- Door het te vergelijken met de waarde van iets anders.
- Waarderen is dus vergelijken?
- Ja, alles dankt zijn waarde aan datgene wat meer of minder waarde heeft.
- Vaak drukken wij het waardeverschil in geld uit, d.w.z. in een bepaalde munteenheid.
- Inderdaad, en voor íeder waardeverschil is zo’n eenheid vereist.
- Hoe kunnen wij deze eenheid in het algemeen omschrijven?
- Als een waardemeter, waardoor het ene meer en het andere minder waarde krijgt.
- Hoe ziet zo’n waardemeter eruit?
- Laten wij ons beperken tot de meters waarmee wij het ménselijk handelen waarderen. 
- Goed, we laten de economische waarde van goederen dus buiten beschouwing?
- Ja, en bijvoorbeeld ook de waarden van een thermometer.

- Hoe ziet zo’n waardemeter eruit waarmee wij de waarde van ons handelen meten?
- Meestal spreken wij van een ‘waarde’.
- Wat voor waarde, dit keer?
- Een idee waaraan men waarde hecht.
- Wat voor idee?
- Een opvatting (tegenover andere opvattingen) of een besef (tegenover het niet-beseffen).
- Wat is het verschil?
- Het verschil in waarheidsgehalte dat men eraan toekent.
- Bij een opvatting of overtuiging beseft men meer de betrekkelijkheid ervan?
- Ja, terwijl beseffen betekent dat men het niet vergeten is en zich niet laat misleiden.

- Waarom kan een opvatting of besef fungeren als waardemeter?
- Omdat iets meer en minder kan beantwoorden aan deze opvatting of dit besef.
- Maar waarom zou men waarde hechten aan zo’n idee? 
- Vaak vanwege een andere waarde.
- Vanwege een basaler idee waaraan men waarde hecht?
- Ja, de basalere waarde legt uit waaróm de betreffende waarde waarde heeft.
- Maar is er dan geen sprake van een eindeloze doorverwijzing?
- Nee, ten slotte stuit men op zo’n basale waarde dat men niet meer doorverwijzen kán.
- Een basiswaarde?
- Ja, laten wij het zo noemen.

- Waarom heeft een basiswaarde waarde, als zij niet naar een basalere waarde kan verwijzen?
- Omdat wij ervan overtuigd zijn dat zij iets waars en wezenlijks uitspreekt.
- Waarover?
- Over de menselijkheid van de mens.
- Waarom daarover?
- Omdat wij het hier hebben over het waarderen van ménselijk handelen.
- En om menselijk handelen te waarderen moet men weten wat menselijk is?
- Ja, want uiteindelijk beoordelen wij gedrag aan de hand van wat het meest wezenlijk voor ons is.
- Je bedoelt: aan de hand van een beeld dat wij hebben van het ideale, meest wezenlijke, mens-zijn?
- Inderdaad, maar dit mensbeeld kan niet al te abstract zijn.
- Waarom niet?
- Omdat men anders het menselijk handelen er niet mee vergelijken kan.
- Ons mensbeeld moet dus zo concreet zijn dat ons handelen eraan kan beantwoorden?
- Ja, heel concreet vergelijkt men wat men ziet met wat men als waardevol beschouwt.
- Kan men ook negatief waarderen door iets te vergelijken met wat men waardeloos vindt?
- Dat kan, maar zoiets veronderstelt al gauw een besef van iets waardevols.
- Waarom?
- Omdat men anders niet de moeite zou nemen het waardeloze als waardemeter in te zetten.
- De hele vergelijking wijst al op een zeker besef van iets waardevols dat verloren kan gaan?
- Ja, wat hier uiteindelijk betekent: enig besef van hoe men waarlijk mens kan ‘wezen’.

- Wat wij doen is dus uiteindelijk meer of minder waardevol ten opzichte van wat wij beogen te wezen?
- Ja, en onze laatste waardering bestaat uit de omarming of verwerping van dit ‘wezen’. 
- Je bedoelt, dat wij uiteindelijk een bepaald idéé over ons ‘wezen’ verwerpen of omarmen?
- Inderdaad, en waarderen is vergelijken...
- ... dus verschilt dit idee in waarde van andere ideeën?
- Precies, en bij meerwaarde omarmen wij het en bij minderwaarde verwerpen wij het.
- Maar op basis waarvan heeft een idee omtrent ons ‘wezen’ meer- of minderwaarde?
- Op basis van een vergelijking met wat volgens ons werkelijk of waarlijk het geval is.
- Natuurlijk, dat zei je: wij omarmen het omdat wij ervan overtuigd zijn dat het waar is? 
- Inderdaad, of minstens is het zo dat wij eraan vasthouden als betrof het de waarheid.

- Nu bestaat er grote onenigheid. Waarom houden wij toch vast aan één bepaald mensbeeld?
- Konden wij dat zeggen, dan hadden wij een idee en dus toch een diepere basiswaarde.
- Kunnen wij dan niets zeggen over onze meest basale waarden?
- Hoogstens dat zulke waarden kennelijk té weerbarstig zijn om verworpen te worden.
- Wij zien ons mensbeeld té vaak bevestigd om het níet als waarheid te behandelen?
- Ja, wij houden eraan vast omdat de werkelijkheid ons hiertoe aanspoort.
- Kan het ook zo zijn, dat iets waar is omdat het zijn waarde bewijst?
- Maar dat vereist een waardemeter waarvan men meent dat die waar is, oftewel klopt.
- Inderdaad, zonder een dergelijk houvast verliest ons waardeoordeel zijn betekenis.
- En er is geen basalere waarheid waaraan men de waarde van basiswaarden kan meten.

- Een basiswaarde bevat dus per definitie datgene wat het meest wezenlijk voor ons is?
- Precies, zodat het niet gestaafd kan worden met een nog basaler idee van wat wezenlijk is.
- De waarheid van basiswaarden valt dus niet te bewijzen?
- Inderdaad, voorzover je bedoelt: niet rationéél te bewijzen, d.w.z. door redenaties.
- Hebben basiswaarden daarom een religieuze waarde? Moet men erin geloven?
- Ja, zolang dit alleen betekent: overtuigd zijn van iets rationéél onbewijsbaars.
- Geloof moet hier alleen met het onvermogen van het denken worden verbonden?
- Ja, indien je het redenerende denken bedoelt; want geloof wijst wel op onzekerheid...
- ... maar redenaties zijn niet de enige bron van zekerheid?
- Precies, er bestaat zelfs een diepere bron van zekerheid, namelijk de waarneming.
- Natuurlijk, want de bouwstenen van redenaties zijn bepaalde waarnemingen.
- Juist, en het bindmiddel is de logica.

- Dus geloof betekent hier: een onberedeneerbare zekerheid van een waarneming?
- Ja, of: een onberedeneerbaar vertrouwen in een bepaalde waarneming.
- Waarbij het vertrouwen erin bestaat dat men de waarneming voor waar néémt?
- Precies, en daar ligt weer een onzekerheid, want waarneming kan bedrieglijk zijn.
- Het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de eigen waarneming is óók een geloof?
- Ja, waarbij geloof alleen betekent: overtuigd zijn van de eigen waar-neming.
- Je bedoelt: ervan uitgaan dat het waar-genomene ook écht waar is?
- Ja, want een waardemeter die niet klopt, een onware waarde, verliest zijn waarde.
- Men gelooft dus in de waarheid van basiswaarden zónder het rationeel te ‘(be)vatten’?
- Precies, want redeneren kan bij basiswaarden niet meer opleveren dan cirkelredenaties.
- Omdat het bij een basiswaarde ontbreekt aan basalere waarden?
- Ja, zodat zij in redenaties steeds naar zichzelf verwijst en bij zichzelf uitkomt.

- Geloof is ook: de zekerheid van wat men hoopt, de overtuiging van wat men niet ziet.
- Inderdaad, in dat geval beseft men nog veel meer dat de waarneming moet worden geloofd. 
- Zoals bijvoorbeeld de waarneming dat God werkzaam is in iemands leven?
- Ja, of de waarneming van het wezen van de mens, de menselijke identiteit.
- Je bedoelt dat wij niet zintuiglijk het onveranderlijke in het veranderlijke kunnen zien?
- Wij kunnen het wel geestelijk zien, maar niet (even duidelijk) in de fysieke realiteit.
- De onzekerheid is hier de afwezigheid van een overtuigende empirische bevestiging?
- Ja, en die onzekerheid geldt dus ook voor basiswaarden.
- Een basiswaarde wordt dus deels omarmd als de overtuiging van wat men niet ziet?
- ... van wat met niet volledig of duidelijk ziet. En ook als de zekerheid van wat men hóópt.

- Waarom spreken wij steeds over ‘(basis)waarden’ en niet over ‘ideeën’ of ‘normen’?
- Omdat het woord ‘waarde’ ook naar een bepaalde gehechtheid aan een idee verwijst. 
- Je bedoelt dat een (basis)waarde vaak ook met een bepaald gevoel bekrachtigd wordt? 
- Ja, of anders gezegd: het idee wordt vaak een bepaalde gevoelswaarde meegegeven.
- Dat geeft zo’n idee dan een veel persoonlijker waarde.
- Inderdaad, de gevoelsbekrachtiging maakt van het idee dan iets individueels, authentieks. 
- Bovendien is nu het héle individu, als denkend én voelend wezen, in het oordeel betrokken?
- Precies, zodat er naast koudbloedige berekening ook warmbloedige bewogenheid bestaat.

- Maar kan iets ook waardevol zijn louter op basis van een gevoel?
- Je bedoelt: kan iets lós van een idee als waardevol worden beschouwd?
- Ja, kan iets louter als waardevol worden aangevoeld?
- Wie alleen aanvoelt dat iets waardevol is, heeft ‘geen idee’ waaróm het waardevol is.
- Men kan het niet aan zichzelf en niet aan anderen uitleggen?
- Precies, men heeft alleen het gevoel dát iets waardevol is.
- Zodat iets alleen van waarde blijft zolang het gevoel van waarde bestaat?
- Ja, waarbij men niet kan begrijpen waarom het eerst wel en dan weer niet waardevol is.
- Zonder een ideële waardemeter kunnen wij ons handelen dus niet meer ‘volgen’?
- Inderdaad, wat niet wil zeggen dat het gevoel op geen enkele waardemeter is gebaseerd.
- Wij zijn ons alleen niet bewust van deze waardemeter?
- Juist, zodat wij onze waardering ook niet bewust kunnen onderbouwen...
- ... en daardoor onze waardering niet even waardevol kunnen vínden als zij in feite is?
- Precies, dit is de waarde van redelijkheid in onze waarderingen.
- Maar die redelijkheid bestaat bij basiswaarden slechts uit cirkelredenaties?
- Inderdaad, voor basiswaarden geldt dus dat zij alleen gedeeld kunnen worden.
- Je bedoelt: zij kunnen alleen door mensen worden uitgewisseld, zonder rationeel bewijs?
- Inderdaad, waarbij men slechts kan hopen op, en bidden voor, een eenheid van geest.

- Wat nu, als er onder mensen géén onenigheid bestaat over de waarheid van (basis)waarden?
- Dan bestaat het gevaar dat wij de betreffende waarden uit het oog verliezen. 
- Waarom?
- Omdat zij vanzelfsprekend zijn geworden.
- Zodat wij de waarden gemakkelijk verwaarlozen?
- Ja, want is iets alleen waardevol omdat wij het waarde verlénen...
- ... dan is de waarde van iets volledig afhankelijk van ons bewustzijn van die waarde.
- Precies, en verwaarlozen wij een waarde, dan bedreigt dat ook de werkelijkheid die zij verdedigt.
- Waarden vereisen dus herhaaldelijk een hérwaardering om niet hun waarde te verliezen?
- Inderdaad, want iedere waarde, óók de waardigheid, is afhankelijk van onze aandacht ervoor.
- En uiteindelijk komt het allemaal aan op onze waardering voor een bepaalde vorm van ‘wezen’?
- Helemaal juist, en denkende aan dit ‘wezen’ kan ik beginnen bij mijzelf óf bij de ander.

 

Deze dialoog verscheen in het tijdschrift Ellips, jrg. 30 (2005), afl. 260.

© 2005 Evert Jan Ouweneel

Websophia   Uw reactie