Websophia Film Uw reactie 

Interview met Evert Jan Ouweneel over de serie Film & Filosofie

Verschenen in het tijdschrift Ellips, juli 2008

 

 

Evert Jan Ouweneel heeft zich het afgelopen jaar ontpopt als een filosoof die graag de brug slaat naar de film. In diverse bioscopen verzorgde hij inmiddels de serie Film & Filosofie.

 

Hoe ziet de cursus Film & Filosofie eruit?

In 2007 zocht ik naar een weg om film en filosofie in één cursus met elkaar te verbinden. Is het mogelijk de ‘kijkervaring’ van de bioscoopbezoeker te verrijken door films in het licht te plaatsen van een filosofisch thema? Het moet kunnen, maar hoe? Het uitdenken van een geschikte formule bleek nog een hele klus. Vanwege de lange film is er eigenlijk maar weinig tijd beschikbaar voor reflectie.

Dit werd uiteindelijk de formule: eerst verzorg ik een korte inleiding, waarin ik een link leg tussen een filosofisch thema en de film. Dan bekijken we de film en ten slotte volgt een nabespreking met de aanwezigen waarin we terugkomen op het thema.

   In de inleiding werp ik mij overigens niet op als een filmwetenschapper met doorwrochte cinematografische analyses. Evenmin heb ik het over de achtergronden en bedoelingen van de filmmaker. Het gaat er mij alleen om de aandacht van de kijker te richten vanuit een bepaald thema, zodat hij tijdens het filmkijken méér ziet of ánders kijkt dan zonder inleiding. – Een avondje reflecteren aan de hand van een film, daar gaat het om.

 

Waar hebt u de cursus inmiddels verzorgd?

In het najaar van 2007 werd de cursus gevolgd door negentig personen in het Utrechtse Filmtheater ’t Hoogt en door zestig personen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dit voorjaar volgden veertig mensen de cursus in Hotel Theater Figi te Zeist. Dit najaar hoop ik een nieuwe serie films te bespreken in Figi. Meer informatie hierover is binnenkort te vinden op mijn website (klik hier) en op www.figi.nl.

 

Welke films en thema’s hebt u behandeld?

Bij het selecteren van de films hanteerde ik de volgende criteria: de films komen uit verschillende landen, dateren uit verschillende perioden, lopen uiteen in stijl en vormgeving en laten iets zien over het menselijk leven en samenleven.

   Deze criteria impliceren dat niet iedere film de kijker evenzeer zal aanspreken. Smaken en voorkeuren kunnen stevig verschillen. Deelnemers wordt dan ook verzocht een open houding aan te nemen, bereid om de geest wat verder op te rekken.

   Wat de inhoud betreft, heb ik vooral gekozen voor sociaal-filosofische thema’s. Steeds stond de vraag centraal: ‘hoeveel verdraagt een mens?’, nader ingevuld met een bepaald thema rond het menselijk leven en samenleven. De volgende films en thema’s werden met elkaar verbonden:

1)     Andrei Tarkovski, Zerkalo / the Mirror (Sovjet-Unie, 1975). Thema: verleden.

2)     Gabriel Axel, Babette’s Feast (Denemarken, 1987). Thema: eenvoud en dankbaarheid.

3)     Mike van Diem, Karakter (Nederland/België, 1997). Thema: trots.

4)     Paul Thomas Anderson, Magnolia (Verenigde Staten, 1999). Thema: vergeving.

5)     Jean-Pierre Jeunet, Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (Frankrijk, 2001). Thema: liefde

6)     Kay Polak, As It Is in Heaven (Zweden, 2004). Thema: geslotenheid.

7)     F.H. von Donnersmarck, Das Leben der Anderen (Duitsland, 2006). Thema: afstandelijkheid.

Overigens had ik graag nog wat meer oudere films gedraaid, maar daar is moeilijk aan te komen.

 

Kunt u kort het thema toelichten bij iedere film?

Zerkalo (1975) is een fenomenologische film die men niet moet willen begrijpen, maar vooral direct en intuďtief moet ervaren. De film volgt de gedachtenstroom van een man die met de dood voor ogen nog eenmaal terugkijkt op zijn leven. Dus niet een chronologisch biografisch verslag, maar de verfilming van een constante aaneenschakeling van stemmingen, dromen en herinneringen, waarbij de volgorde wordt bepaald door emoties en associaties. En wat herinnert de man zich: goede en slechte tijden, lichte en zware momenten. Dat roept de vraag op: hoeveel verleden verdraagt een mens? Waar drukt het onverwerkte verleden zwaar, misschien wel té zwaar, en waar kunnen goede herinneringen of kan een hoopvolle toekomst de last verlichten?

   Babette's Feast (1987) gaat over een groot offer dat geschonken wordt aan mensen die het aanvankelijk niet willen ontvangen, maar uiteindelijk buigen voor de smaak van het goede. De film roept onder meer de vraag op: hoeveel eenvoud verdraagt een mens? Want niet in de sobere ootmoed voor God, maar in de overmaat van een uitbundig en voortreffelijk feestmaal komen de lutherse dorpsbewoners hier tot leven en tot verzoening met elkaar. In dat feestmaal heeft Babette, de hoofdpersoon, al haar geld en gaven gelegd. Het is een dankoffer dat zó gul en verstrekkend is, dat de vraag zich vanzelf opdringt: hoeveelheid dankbaarheid verdraagt een mens?

   Karakter (1997) is een verfilming van het boek van Ferdinand Bordewijk en gaat over Jacob Katadreuffe, die de trots van zowel zijn vader als zijn moeder in zich draagt. Een dubbele trots, die door zijn vader Dreverhaven wordt opgemerkt en aangewakkerd, om hem te harden en zijn carričre tot grote maatschappelijke hoogten voor te stuwen. Maar hoeveel trots verdraagt een mens? De prijs ervan blijkt in deze film vooral eenzaamheid te zijn, en die prijs blijkt uiteindelijk hoog te zijn, zowel voor Dreverhaven als voor Jacob en zijn moeder. Wat minder trots en wat meer ontvankelijkheid voor het oordeel dat anderen over ons vellen, maakt het leven aanmerkelijk leefbaarder.

   Magnolia (1999) lijkt in eerste instantie over toeval te gaan, maar uiteindelijk komt het toeval in de film in een heel ander teken te staan, namelijk in het teken van schuld en vergeving. De vraag dringt zich op: hoeveel vergeving verdraagt een mens? In hoeverre kan een mens het verdragen om vergeven te worden en anderen te vergeven? Vergeving bevrijdt mensen van elkáár wanneer zij op negatieve wijze (door woede of schuld) met elkaar verbonden zijn. De toekomst ligt weer open en wordt niet meer bepaald door het verleden. Maar dat vereist wel een confrontatie met het verleden, en in hoeverre is dat te verdragen? Soms, zo laat de film zien, kan een ‘toevallige’ samenloop van omstandigheden maken dat het onverdraaglijke toch draaglijk wordt en het verleden alsnog onder ogen wordt gezien.

   Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain (2001) vertelt het verhaal van een jonge vrouw die anderen graag verder helpt in de liefde. Dat beschouwt zij als haar bestemming, levenslot (destin). Maar het is een fabuleux destin, want ze komt niet verder dan te spelen met de liefde zonder haar zelf te proeven. Zeker heeft ze het wel opgezocht, die echte liefde, maar een aantal relaties verder bleek de ‘fantastische’ liefde toch heel wat zoeter en fabuleuzer dan de echte liefde. En dus mag de verbeeldingskracht het zeggen in haar leven. En zo helpt zij ook anderen: spelend vanuit de verbeelding, op veilige afstand van de werkelijkheid. Maar durft zij zich zélf wel aan de liefde te verbinden? Hoeveel liefde verdraagt zij zélf? Alleen met een zetje van een ander kan zij de échte liefde omarmen.

   As It Is in Heaven (2004) gaat over het paradoxale gegeven dat juist in gemeenschappen waar mensen het meest met elkaar omgaan, zoals in een afgelegen dorp in Zweden, de grootste geheimen bestaan. Maar hoeveel geslotenheid verdraagt een mens? Er is grote behoefte aan openheid in het dorp waarover deze film gaat, maar niemand zet de eerste stap. Totdat een van buiten komende koordirigent de mensen weer hun eigen toon laat zingen en aanzet tot een gezang waarbij de wind weer werkelijk uit hun binnenste waait. Dan gaat alles open. Maar durft de dirigent het zélf wel aan om werkelijk zijn eigen toon te zingen? Gelukkig kan ook hij uiteindelijk de geslotenheid niet verdragen.

   Das Leben der Anderen (2006) is een film die verbonden kan worden met de vraag: hoeveel afstandelijkheid verdraagt een mens? In het socialistische Duitsland van de DDR moet een gezagsgetrouwe Stasi-agent het leven van een succesvolle schrijver en beroemde actrice volgen. Maar de afstandelijkheid neemt snel af wanneer hij gefascineerd raakt door de liefde, literatuur en vrijheid die hij tegenkomt in de levens die hij schaduwt. Geleidelijk aan neemt de Stasi-agent steeds meer afstand van zijn éígen leven en raakt hij steeds meer verbonden met ‘het leven van de anderen’.

 

Hoe vond u de discussies na afloop?

Ik was blij verrast door de scherpe waarnemingen van de aanwezigen. Allerlei door mij en anderen niet opgemerkte aspecten van de film passeerden de revue. Mooi om te zien hoe mensen op deze manier elkaar aanvullen wanneer zij naar dezelfde film kijken. Het aardige van zo’n nabespreking is natuurlijk ook, dat mensen met hun opmerkingen net zoveel over zichzelf als over de film zeggen.

   Lang niet iedereen had trouwens behoefte aan een nabespreking. Sommigen kwamen alleen voor de inleiding en de film, wat natuurlijk helemaal prima is.

 

Hoe waren de reacties van het publiek op de cursus als zodanig?

Heel positief. Het blijft natuurlijk balanceren tussen te veel en te weinig sturing en inhoud van mijn kant, en dus te veel en te weinig inbreng vanuit de zaal. Die balans pakt voor iedereen anders uit, zodat er altijd verschillende meningen over bestaan. Maar de cursus kreeg meestal een 8 of een 9, dus ik verwacht dat groep in Figi ook dit najaar weer van de partij zal zijn.

 

Was er een soort algemene ‘boodschap’ die u, expliciet of impliciet, kwijt wilde?

Nee. Zodra de aanwezigen die indruk krijgen is het snel gedaan met de cursus. De mensen die meedoen zijn meestal hoog opgeleid en gewend zich een eigen oordeel te vormen. Ze moeten niets hebben van een cursus met een ‘boodschap’. Ook impliciete boodschappen voelen ze feilloos aan, zodra ze merken dat het om een boodschap gaat. Ze willen zélf bepalen wat ze uit een film halen. Ik mag alleen wat vrijblijvende suggesties doen. En dat doe ik natuurlijk van harte, want in die suggesties kan ik wel degelijk iets van mijn eigen ideeën kwijt – maar ik doe het voorzichtig en probeer het zo voor te stellen dat iedereen het ‘mee kan maken’.

   De enige boodschap in de cursus zou kunnen zijn, dat er gezamenlijk méér uit een film te halen valt dan alleen. Een pleidooi dus voor filmkijken als gemeenschapsvorm.

Dit interview verscheen in Ellips, juli 2008. 

Websophia Film Uw reactie