Hedendaagse duizeligheid
Evert Jan Ouweneel
|
 |
|
Wat gepast is in het leven, wordt inmiddels door
zóveel factoren bepaald, dat het ons duizelt in de geest. Onze
keuzevrijheid is overgegaan in een keuzecomplex. |
Hoe te leven?
De vraag wordt lastiger naarmate het aantal opties toeneemt. Dat wil zeggen:
naarmate men zich bewust wordt van steeds meer opties. Want niet het leven
maar de geest van de levende vraagt: hoe te leven? En het geraas van het
leven kan de geest verdoven.
De vraag wordt lastiger naarmate de verschillende opties meer aan elkaar
zijn tegengesteld. Want hoe meer dit het geval is, hoe minder men de
opties bij elkaar kan optellen en hoe meer de vraag zich opdringt: waarom zus en niet zo te leven?
De vraag wordt lastiger naarmate er meer wijzen verschijnen waarop men de
opties kan beoordelen. Want met één almachtig criterium kan men nog gemakkelijk
die ene optie
boven de rest verkiezen, maar nemen de criteria toe, dan rijst de
vraag: waarom zus en niet zo te denken over hoe te leven?
De vraag wordt lastiger naarmate het meer van de omstandigheden afhangt
welke optie men zal verkiezen. Want in abstracto, met wat logica en
abstracte principes, kan men nog gemakkelijker 'berekenen' wat de juiste
optie is. Maar in concreto, in een specifieke levenssituatie, kan men een
schier oneindige hoeveelheid factoren in rekening brengen.
De vraag wordt lastiger naarmate het minder van het verleden en meer van het
heden afhangt welke optie men verkiezen zal. Want weegt men het verleden (de
eigen geschiedenis, gebruiken en cultuur) mee in de beoordeling, dan komt men toch gemakkelijker tot een besluit dan wanneer
men iedere situatie als uniek beschouwt.
De vraag wordt lastiger naarmate het minder van anderen en meer van iemand
zelf afhangt welke optie men zal verkiezen. Want weegt men het oordeel van
anderen mee in de beoordeling, dan komt men toch
gemakkelijker tot een besluit dan wanneer men voor de beoordeling geheel op
zichzelf is aangewezen.
Naarmate de opties toenemen, neemt ook de last van het kiezen toe: zowel
het overgewicht van alle opties bij elkaar als de onzekerheid over het gewicht van
iedere optie op zichzelf.
Volgen wij de geschiedenis van 25 eeuwen westers denken, dan
zien wij precies de complicaties in het kiezen ontstaan zoals hierboven
aangegeven. De westerling heeft zijn 'keuzevrijheid' geleidelijk in een
'keuzecomplex' zien overgaan, door zichzelf te vullen met almaar méér
levenswijzen, méér denkwijzen over levenswijzen, méér moment-gebondenheid en
méér persoonsgebondenheid.
En nu is het zover gekomen, dat de westerse mens...
zowel autonoom als heteronoom,
zowel algemeen-menselijk als individueel,
zowel verabsoluterend als relativerend,
zowel natuurlijk als gecultiveerd,
zowel vertrouwend als wantrouwend,
zowel zelfbewust als omgevingsbewust,
zowel reflexief als instinctief,
zowel progressief als conservatief
zowel collectief als individueel,
zowel verdiepend als voortvarend,
zowel vanuit hier/nu als vanuit daar/toen,
zowel tevreden als ontevreden
...kan zijn.
Wie of wat zal de westerse mens nu nog vertellen wat gepast is? Wanneer de
mens beziet op hoeveel manieren hij inmiddels kan bepalen wat gepast is, en
op hoeveel manieren hij gepast kan handelen, duizelt het hem in
de geest.
© 2003 Evert Jan Ouweneel |