|
- Verbetering van de scheepvaart en
uitbreiding van de verre handel
* Indische Oceaan: specerijen en katoen
* China: zijde en porselein
* Japan: zilver
* Afrika: goud, ivoor en slaven
* Europa: zout, vis, hout, wol en graan
* Italiaanse zeevaarders varen langs de
Europse kusten, tot aan Rijn en Thames ► verbinding tussen
handelsroutes van Middellandse Zee, Noordzee en Oostzee
OTTOMAANSE RIJK
- Turken, Berbers, Mongolen en Afghanen
machtig in het islamitisch rijk
* Eerste periode van Turkse
overheersing:
- Seltsjoeken trekken in 1037
islamitische centra binnen; machtig tot 1091
- Europese kruistochten en
gebieden door Seltsjoekse zwakte (1099-1291)
- Saladin (1137-1193) verdrijft
Fatamiden en herovert Jeruzalem in 1187
* Berberse overheersing:
- Almoraviden (ca. 1056-1147)
veroveren West-Afrika en zuidelijk Spanje
- Almohaden (1130-1269) in
Noord-Afrika; van 1212-1492 alleen in Granada
* Mongoolse overheersing in islamitisch
rijk (1258-1353):
- 1258: Bagdad geplunderd,
irrigatiesystemen verwoest; einde kalifaat
- 1295: bekering van Mongoolse
Il-Khan tot islamitisch geloof
- 1353: Mongools khanaat
verzwakt; instabiele regimes rond bevelhebbers, waaronder Timur
de Lamme (of Tamerlaan), die heerste van ca. 1369-1405
* Afghaanse overheersing in India vanaf
Mahmud van Ghazna (regime: 997-1030), maar kan het hindoeïsme
niet verdrijven
* Tweede periode van Turkse overheersing:
Ottomaanse Rijk (1290-1923)
- 1290: de Ottomanen vestigen
zich in Noordwest-Anatolië (huidige Turkije)
- 1389: Noordwest-Anatolië en
groot deel van de Balkan veroverd
- 1453: verovering van
Constantinopel
- 1550: rijk strekt zich uit van
de Eufraat tot Hongarije tot de Sahara
CHINA
- Chinese Song-dynastie (920-1279) verandert
in machtige markteconomie
* confuciaanse achterdocht tegenover
handelaren verdwijnt
* geleidelijk aan monetaire
overheidsinkomsten en handel (zelfs papiergeld)
* 100 miljoen Chinezen; stijging van
productie, vakkundigheid, creativiteit en welvaart
* industriële revolutie mogelijk, maar
mandarijnen beperken de groei van de industrie
* in het zuidelijke heuvellandschap worden
terrassen voor rijstproductie aangelegd
* bevolkingsgroei door wasbare katoenen
kleding en drinken van gekookt theewater
* toenemende macht van Mongoolse en
Tibetaanse heersers in noorden en westen
* in 1126 Kaifeng ingenomen door volk uit
Mantsjoerije; alleen nog zuidelijk Song-rijk
* heel China veroverd door Mongool Kublai
(kleinzoon van Djengis) Khan in 1279
* vanwege Mongools rijk snellere verspreiding
van Chinese kennis en techniek
- Chinese Ming-dynastie (1368-1644) herstelt
rijk en bevolkingsgroei na de Mongolen
* Beijing (Peking) nieuwe hoofdstad;
Grote Kanaal dieper (1415), zeevaart overbodig
* keizer in 1449 door Mongolen
gevangengenomen en na een jaar weer vrijgelaten ►
grensverdediging hoogste prioriteit ► geen overzeese expansie,
vloot verwaarloosd
* rijk gekenmerkt door stabiliteit,
groei, bestendige vrede en superieure nijverheid
- Korea, Japan en Annam verzetten zich tegen
Chinese expansie en ontwikkelen hun eigen cultuur en politieke
stelsel; Koreanen ontwikkelen in de 14de eeuw eigen
alfabetisch schrift
- Rijstteelt op Java en Sumatra vormt basis
van lokale staten en grote handelsnetwerken; bekering tot islam
vergemakkelijkt hun deelname in de handel op en rond Indische
Oceaan
AFRIKA
- Opkomst van grote rijken in Afrika:
* grote rijken in West-Afrika door overname
van Berberse paarden, zadel, stijgbeugel en krijgskunde; houden
niet stand door traditionalisme, onderlinge strijd en slavenroof
- rond 1330 strekt Mali zich uit
van Atlantische Oceaan tot nabij Tsjaad-meer, met begin 14de
eeuw tweederde van de totale goudproductie
* in Midden-Afrika ontstaan volwassen
landbouwstaten rond rijst- en bananenteelt, die profiteren van
toenemende handelsbetrekkingen met de Swahili-kust
* in het zuiden, in Groot-Zimbabwe, is een
machtig rijk gebaseerd op veeteelt, landbouw en goudexport, met
import van luxegoederen uit Perzië, India en China
EUROPA
- Vanaf 1000 snelle opkomst van West-Europa
door:
* nieuwsgierigheid: de Franken (en aan de
andere kant van Eurazië de Japanners) experimenteerden graag met
veelbelovende nieuwigheden, ongeacht hun herkomst
* toename van de landbouwproductie
(ploegteams verdelen hun grond in 3 akkers: op de eerste zaaien
zij voor de voorjaarsoogst, op de tweede voor de herfstoogst en
de derde ploegen zij in de zomer; zo werkten zij het hele jaar
door en produceerden zij veel meer dan zij nodig hadden; de
overschotten worden besteed aan het inhuren van soldaten en
geestelijken en aan de aanschaf van ambachtelijke producten)
* toenemende vraag onder adel en
geestelijkheid naar fraaie nijverheidsproducten en zeldzame
exotische goederen, waardoor de ambachtelijke vaardigheden
toenamen en steeds meer stedelijke kooplieden aansluiting
zochten bij de verre handel
- Onderbreking van commerciële groei en
bevolkingsgroei in Europa door rampenperiode:
* oogsten mislukken door kleine
ijstijd; hoogtepunt hongersnood: 1315-1322
* de Zwarte Dood heerst over Europa:
1346-1352
* incidentele verwoestingen gedurende
de Honderjarige Oorlog: 1337-1453
* ca. een derde slachtoffer; Europees
inwoneraantal in 1300 en 1500 bijna gelijk
- Europa gekenmerkt door afwezigheid van
centraal gezag
* mislukte poging van Duitse keizer (1250) en
paus (1303) tot centraal gezag; koningen, edelen, bisschoppen en
steden voeren strijd over beheer van de inkomsten uit pacht,
belasting en boetes, waarmee oorlog, kerk en staat worden
gefinancierd
* groot contrast tussen zelfbestuur van
Europese steden en centraal Chinees bestuur (de vrijheid van
islamitische stedelingen vormde in dit opzicht een middenweg)
* economie in sterke mate autonoom, bij
gebrek aan toezicht op handelaren en bankiers door lokale
rivaliteiten ► onrustige burgersamenleving, met enerzijds
flexibele sociale relaties en soepele aanpassing aan snelle
technologische en politieke veranderingen, anderzijds minder
veiligheid, geborgenheid en vrede
* transfamiliale handelsondernemingen (o.b.v.
ploegteam-mentaliteit) stimuleren scheepsbouw en mijnbouw ►
mogelijkheid tot superieure vloot en wapenarsenaal
* vanaf 1300 Europese oorlogvoering steeds
commerciëler, doordat krijgskunst ingewikkelder wordt en meer
deskundigheid vereist in wapenproductie en organisatie, zodat
onderhoud en inzet van een beroepsleger het beste kan worden
uitbesteed
- 1282: groep Franse ridders
verslagen door kruisboogschutters tijdens de ‘
Siciliaanse Vespers’ ► einde militaire overwicht van ridders
(sinds 900)
- 1346: veldartillerie maakt
luidruchtig debuut op Europese slagvelden
- 1480: eerste mobiele
belegeringskanonnen: dikste kasteelmuren gesloopt
* stichting van universiteiten (autonome
verenigingen van docenten die zeldzame en kostbare geschriften
bespreken) leidt tot onstuitbare wetenschappelijke revolutie;
voertaal Latijn leidt tot één academische Europese gemeenschap;
vanaf 14de eeuw verschuift de aandacht van
metafysische naar ethisch-maatschappelijke kwesties
AMERIKA
- Amerikaanse beschavingen:
* Azteken stichten in 1325 op een eiland hun
hoofdstad Tenochtitlán (nu Mexico-stad) met in 1519 (bij
aankomst van de Spaanse veroveraars) zo’n 250.000 inwoners
* Inca’s (1440-1532) bouwen in Peru aan rijk
door aanleg van wegen, terrassen en vestingen; wegenstelsel
tussen 25 en 40 duizend kilometer; 7 tot 12 miljoen inwoners
* zeewaardige kano’s (max. 30 personen) en
vrachtvlotten verbinden rijken door langs kusten in Caribisch
gebied, Golf van Mexico en tussen Mexico en Peru te varen
* in 1450 zo’n 40-60 miljoen mensen in Noord-
en Zuid-Amerika
© 2007 Evert
Jan Ouweneel
|