10.000-1000 vC 3500 vC -200 nC 200-1000 nC 1000-1500 nC 1450-1800 nC

Samenvatting grotendeels ontleend aan J.R. McNeill & W.H. McNeill, Het menselijk web: de wereldgeschiedenis in vogelvlucht (hfst. 5)

Periode: 1000-1500 n.C.

Het menselijk web<br>MacNeill, J.R.

Evert Jan Ouweneel

- Verbetering van de scheepvaart en uitbreiding van de verre handel

      * Indische Oceaan: specerijen en katoen

      * China: zijde en porselein

      * Japan: zilver

      * Afrika: goud, ivoor en slaven

      * Europa: zout, vis, hout, wol en graan

* Italiaanse zeevaarders varen langs de Europse kusten, tot aan Rijn en Thames ► verbinding tussen handelsroutes van Middellandse Zee, Noordzee en Oostzee

 

OTTOMAANSE RIJK

- Turken, Berbers, Mongolen en Afghanen machtig in het islamitisch rijk

      * Eerste periode van Turkse overheersing:

            - Seltsjoeken trekken in 1037 islamitische centra binnen; machtig tot 1091

            - Europese kruistochten en gebieden door Seltsjoekse zwakte (1099-1291)

            - Saladin (1137-1193) verdrijft Fatamiden en herovert Jeruzalem in 1187

      * Berberse overheersing:

            - Almoraviden (ca. 1056-1147) veroveren West-Afrika en zuidelijk Spanje

            - Almohaden (1130-1269) in Noord-Afrika; van 1212-1492 alleen in Granada

      * Mongoolse overheersing in islamitisch rijk (1258-1353):

            - 1258: Bagdad geplunderd, irrigatiesystemen verwoest; einde kalifaat

            - 1295: bekering van Mongoolse Il-Khan tot islamitisch geloof

            - 1353: Mongools khanaat verzwakt; instabiele regimes rond bevelhebbers, waaronder Timur de Lamme (of Tamerlaan), die heerste van ca. 1369-1405

* Afghaanse overheersing in India vanaf Mahmud van Ghazna (regime: 997-1030), maar kan het hindoeïsme niet verdrijven

* Tweede periode van Turkse overheersing: Ottomaanse Rijk (1290-1923)

            - 1290: de Ottomanen vestigen zich in Noordwest-Anatolië (huidige Turkije)

            - 1389: Noordwest-Anatolië en groot deel van de Balkan veroverd

            - 1453: verovering van Constantinopel

            - 1550: rijk strekt zich uit van de Eufraat tot Hongarije tot de Sahara

 

CHINA

- Chinese Song-dynastie (920-1279) verandert in machtige markteconomie

* confuciaanse achterdocht tegenover handelaren verdwijnt

* geleidelijk aan monetaire overheidsinkomsten en handel (zelfs papiergeld)

* 100 miljoen Chinezen; stijging van productie, vakkundigheid, creativiteit en welvaart

* industriële revolutie mogelijk, maar mandarijnen beperken de groei van de industrie

* in het zuidelijke heuvellandschap worden terrassen voor rijstproductie aangelegd

* bevolkingsgroei door wasbare katoenen kleding en drinken van gekookt theewater

* toenemende macht van Mongoolse en Tibetaanse heersers in noorden en westen

* in 1126 Kaifeng ingenomen door volk uit Mantsjoerije; alleen nog zuidelijk Song-rijk

* heel China veroverd door Mongool Kublai (kleinzoon van Djengis) Khan in 1279

* vanwege Mongools rijk snellere verspreiding van Chinese kennis en techniek

- Chinese Ming-dynastie (1368-1644) herstelt rijk en bevolkingsgroei na de Mongolen

      * Beijing (Peking) nieuwe hoofdstad; Grote Kanaal dieper (1415), zeevaart overbodig

* keizer in 1449 door Mongolen gevangengenomen en na een jaar weer vrijgelaten ► grensverdediging hoogste prioriteit ► geen overzeese expansie, vloot verwaarloosd

      * rijk gekenmerkt door stabiliteit, groei, bestendige vrede en superieure nijverheid

- Korea, Japan en Annam verzetten zich tegen Chinese expansie en ontwikkelen hun eigen cultuur en politieke stelsel; Koreanen ontwikkelen in de 14de eeuw eigen alfabetisch schrift

- Rijstteelt op Java en Sumatra vormt basis van lokale staten en grote handelsnetwerken; bekering tot islam vergemakkelijkt hun deelname in de handel op en rond Indische Oceaan

 

AFRIKA

- Opkomst van grote rijken in Afrika:

* grote rijken in West-Afrika door overname van Berberse paarden, zadel, stijgbeugel en krijgskunde; houden niet stand door traditionalisme, onderlinge strijd en slavenroof

            - rond 1330 strekt Mali zich uit van Atlantische Oceaan tot nabij Tsjaad-meer, met begin 14de eeuw tweederde van de totale goudproductie

* in Midden-Afrika ontstaan volwassen landbouwstaten rond rijst- en bananenteelt, die profiteren van toenemende handelsbetrekkingen met de Swahili-kust

* in het zuiden, in Groot-Zimbabwe, is een machtig rijk gebaseerd op veeteelt, landbouw en goudexport, met import van luxegoederen uit Perzië, India en China

 

EUROPA

- Vanaf 1000 snelle opkomst van West-Europa door:

* nieuwsgierigheid: de Franken (en aan de andere kant van Eurazië de Japanners) experimenteerden graag met veelbelovende nieuwigheden, ongeacht hun herkomst

*  toename van de landbouwproductie (ploegteams verdelen hun grond in 3 akkers: op de eerste zaaien zij voor de voorjaars­oogst, op de tweede voor de herfstoogst en de derde ploegen zij in de zomer; zo werkten zij het hele jaar door en produceerden zij veel meer dan zij nodig hadden; de overschotten worden besteed aan het inhuren van soldaten en geestelijken en aan de aanschaf van ambachtelijke producten)

* toenemende vraag onder adel en geestelijkheid naar fraaie nijverheids­producten en zeldzame exotische goederen, waardoor de ambachtelijke vaardigheden toenamen en steeds meer stedelijke kooplieden aansluiting zochten bij de verre handel

- Onderbreking van commerciële groei en bevolkingsgroei in Europa door rampenperiode:

      * oogsten mislukken door kleine ijstijd; hoogtepunt hongersnood: 1315-1322

      * de Zwarte Dood heerst over Europa: 1346-1352

      * incidentele verwoestingen gedurende de Honderjarige Oorlog: 1337-1453

      * ca. een derde slachtoffer; Europees inwoneraantal in 1300 en 1500 bijna gelijk

- Europa gekenmerkt door afwezigheid van centraal gezag

* mislukte poging van Duitse keizer (1250) en paus (1303) tot centraal gezag; koningen, edelen, bisschoppen en steden voeren strijd over beheer van de inkomsten uit pacht, belasting en boetes, waarmee oorlog, kerk en staat worden gefinancierd

* groot contrast tussen zelfbestuur van Europese steden en centraal Chinees bestuur (de vrijheid van islamitische stedelingen vormde in dit opzicht een middenweg)

* economie in sterke mate autonoom, bij gebrek aan toezicht op handelaren en bankiers door lokale rivaliteiten ► onrustige burgersamenleving, met enerzijds flexibele sociale relaties en soepele aanpassing aan snelle technologische en politieke veranderingen, anderzijds minder veiligheid, geborgenheid en vrede

* transfamiliale handelsondernemingen (o.b.v. ploegteam-mentaliteit) stimuleren scheepsbouw en mijnbouw ► mogelijkheid tot superieure vloot en wapenarsenaal

* vanaf 1300 Europese oorlogvoering steeds commerciëler, doordat krijgskunst ingewikkelder wordt en meer deskundigheid vereist in wapenproductie en organisatie, zodat onderhoud en inzet van een beroepsleger het beste kan worden uitbesteed

            - 1282: groep Franse ridders verslagen door kruisboogschutters tijdens de ‘        Siciliaanse Vespers’ ► einde militaire overwicht van ridders (sinds 900)

            - 1346: veldartillerie maakt luidruchtig debuut op Europese slagvelden

            - 1480: eerste mobiele belegeringskanonnen: dikste kasteelmuren gesloopt

* stichting van universiteiten (autonome verenigingen van docenten die zeldzame en kostbare geschriften bespreken) leidt tot onstuitbare wetenschappelijke revolutie; voertaal Latijn leidt tot één academische Europese gemeenschap; vanaf 14de eeuw verschuift de aandacht van metafysische naar ethisch-maatschappelijke kwesties

 

AMERIKA

- Amerikaanse beschavingen:

* Azteken stichten in 1325 op een eiland hun hoofdstad Tenochtitlán (nu Mexico-stad) met in 1519 (bij aankomst van de Spaanse veroveraars) zo’n 250.000 inwoners

* Inca’s (1440-1532) bouwen in Peru aan rijk door aanleg van wegen, terrassen en vestingen; wegenstelsel tussen 25 en 40 duizend kilometer; 7 tot 12 miljoen inwoners

* zeewaardige kano’s (max. 30 personen) en vrachtvlotten verbinden rijken door langs kusten in Caribisch gebied, Golf van Mexico en tussen Mexico en Peru te varen

* in 1450 zo’n 40-60 miljoen mensen in Noord- en Zuid-Amerika

© 2007 Evert Jan Ouweneel

10.000-1000 vC 3500 vC -200 nC 200-1000 nC 1000-1500 nC 1450-1800 nC