10.000-1000 vC 3500 vC -200 nC 200-1000 nC 1000-1500 nC 1450-1800 nC

Samenvatting grotendeels ontleend aan J.R. McNeill & W.H. McNeill, Het menselijk web: de wereldgeschiedenis in vogelvlucht (hfst. 6)

Periode: 1450-1800 n.C.

Het menselijk web<br>MacNeill, J.R.

Evert Jan Ouweneel

- In 1450 350-400 miljoen mensen op aarde, waarvan 60-120 miljoen in Midden/Zuid-Afrika, Oceanië en Amerika (buiten Oude-Wereldweb); in 1800 zo’n 900 miljoen mensen op aarde

- Eurazië-Afrika, Oceanië en Amerika zijn stuk voor stuk gebieden:

* waar de kosten van transport en informatie betrekkelijk gering zijn

* waar men betrekkelijk makkelijk iets te weten komt over omstandigheden elders

* waar relatief probleemloos gereisd kan worden

* waar goederen, ideeën en, onbedoeld, ziekten worden uitgewisseld

- Vandaar dat in deze webben:

* de culturele diversiteit aanzienlijk vemindert, doordat men zich al dan niet vrijwillig aanpast aan een geringer aantal waarden en normen

* de economische diversiteit toeneemt, doordat verschillende gemeenschappen zich in uiteenlopende activiteiten specialiseren

* doeltreffender gebruikt wordt gemaakt van de beschikbare middelen, wat weer tot grotere welvaart leidt, die overigens erg ongelijk is verdeeld

- Al met al zijn de samenlevingen binnen de diverse webben:

* rijker, machtiger en hiërarchischer dan de samenlevingen erbuiten

* beter bestand tegen epidemieën, doordat de uitwisseling van ziekten via de relatief snelle verbindingen tot resistentie leidt; geleidelijk veranderen de epidemische ziekten in endemische ziekten, men als gevolg dat men ter compensatie grote gezinnen sticht

 

SCHEEPVAART

- Revoluties in scheepsbouw en navigatie leidt tot Europese wereldreizen en globalisering

* in de 15de eeuw leidt de combinatie van wetenschap en vakmanschap tot:

-  snel/sterk/wendbaar schip, goedkoper, geschikt voor zwaar geschut en alle

zeeën

- nieuwe navigatiekennis: inzicht in grote lucht- en zeestromingen, i.c.m. de kunst om astronomische waarnemingen om te zetten in een redelijk goede plaatsbepaling.

      * eerste Europese reizen:

            - 1442 (of eerder): met de krakeel langs de West-Afrikaanse kust naar het

            zuiden

            - 1482: Portugezen stichten een nederzetting in het huidige Ghana

                        - 1488: Portugezen bereiken Kaap de Goede Hoop en ontdekken dat het patroon van de winden op het zuidelijk halfrond het spiegelbeeld is van dat op noordelijk halfrond

-  1498: Portugees Vasco da Gama (ca. 1460-1524) vaart de Indische Oceaan op, waar zijn kraak door een lokale kapitein naar India wordt geloodst

                        - 1510: Portugezen winnen bij de Indiase havenstad Diu de eerste zeeslag waarbij niet wordt geramd of geënterd

- 1530: Portugezen (en anderen) bouwen schepen die volledig zijn aangepast aan de kanonnen, met geschutsgaten en een geschutsdek vlak boven de waterlijn

- vanaf 1550 worden de oorlogs- en koopvaardijschepen wezenlijk anders; iedere vorst of stadstaat die enige macht op zee wil hebben, moet oorlogsschepen bouwen

- Steun van politiek aan scheepvaart leidt tot Europese wereldreizen en globalisering

      * prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) investeert scheepvaart(kunde) in 

      Portugal

* Spanje, politiek rivaal van Portugal, steunt in 1492 de reis van Italiaan Christoffel Columbus (1451-1506), nadat deze door Portugezen is afgescheept (kapitein Ferdinand van Olmen was eerder met Portugese steun westwaarts gevaren en niet teruggekomen)

* Engeland steunt Italiaan John Cabot (Giovanni Gaboto), die 1497 Newfoundland bereikt

* in 1794, als George Vancouvers zijn verkenning van de Noord-Amerikaanse oostkust heeft voltooid, hebben de Atlantische Europeanen de voornaamste kustlijnen op aarde in kaart gebracht en zijn alle kustgebieden in één interactief web samengebracht

- Chinese schepen

* in de zomer van 1415 neemt Hendrik de Zeevaarder deel aan een Portugese aanval op de Marokkaanse stad Ceuta; de Chinese admiraal Zheng He is op dat moment in Hormoz, aan de monding van de Perzische Golf, in het kader van de vierde van zijn zes expedities; Hendrik is ong. 320 kilometer van huis; Zheng He 8000 à 9000 kilometer

* de grootste schepen van Zheng He zijn zes tot tien keer zo groot als het grootste schip van Columbus en dertig keer zo groot als het schip van John Cabot in 1497

* bij zijn grootste expeditie (de tweede van in totaal vier) beschikt Columbus over 17 schepen en ong. 1500 man; de eerste expeditie van Zheng He bestaat uit 317 schepen en ong. 27.000 bemanningsleden

* op zijn reis van 1492 wordt Columbus slechts door negentig anderen vergezeld; Cabot door ongeveer achttien bemanningsleden; Ferdinand Magelhães, de Portugese zeevaarder die (in dienst van Spanje) de eerste reis om de aarde leidt, vertrekt met 270 man, slechts één procent van het aantal bemanningsleden van Zheng He

* in het Portugal van Hendrik de Zeevaarder wonen ong. een miljoen mensen (het Spanje van 1492 telt 6 miljoen inwoners); China heeft in 1415 een bevolking van 115 miljoen had, waardoor de staatsinkomsten waarschijnlijk honderd keer zo groot zijn als die van Portugal; de staatssteun neemt echter in China af, terwijl die in Portugal juist toeneemt; vanaf ca. 1440 liggen de prioriteiten van de Ming-keizers elders, en rond 1470 beschikt China niet langer over de kennis en het vakmanschap om grote schepen te bouwen

* de Chinese expedities leveren veel navigatie- en geografische kennis op; vooral veel informatie over Indische Oceaan en Zuidoost-Aziatische wateren; deze gegevens worden verwerkt in atlassen, routebeschrijvingen en sterrenkaarten

* vanaf 1570 treden de Ming minder streng op tegen zeehandel en bloeit de handel op; goederen uit Japan, Korea, China en Zuidoost-Azië spelen belangrijke rol spelen op de maritieme markt, die inmiddels in één groot handelsnetwerk is verenigd

 

AMERIKA EN OCEANIË

- Amerikaanse beschavingen (in 1450 zo´n 40 tot 60 miljoen mensen bij elkaar):

* Noord- en Zuid-Amerika staan in verbinding met elkaar via zeewaardige kano´s (max. 30 personen), vrachtvlotten die langs de kusten in het Caribisch gebied en de Golf van Mexico varen, en via de scheepvaart langs de Pacifische kust tussen Mexico en Peru

* Azteken in Midden-Amerika:

- borduren voort op de tradities van eerdere Mexicaanse beschavingen en erfen toon-aangevende positie in de commerciële en culturele netwerken, tot ver in N.-Amerika

- Tenochtitlán bruisende middelpunt: stad met misschien zo´n kwart miljoen inwoners, waar zich markten bevinden die de Spaanse veroveraars in 1519 perplex doen staan

* Inca’s in Zuid-Amerika:

                        - tussen ca. 1440-1520 bouwen de Inca´s een rijk dat zich uitstrekt van het uiterste zuiden van Colombia tot het uiterste noorden van Argentinië en Chili

- bijzonder is de snelheid waarmee het territorium wordt veroverd en de hoge mate van politieke en culturele integratie die de 7 tot 12 miljoen inwoners krijgen opgelegd

- de Inca´s houden de veroverde gebieden bijeen d.m.v. een netwerk van wegen door de Andes en langs de Pacifische kust, waarmee het gebrek aan goed bevaarbare rivieren wordt gecompenseerd; het gaat om een wegenstelsel met een totale lengte van tussen de 25.000 en 40.000 kilometer, met twee hoofdaders en ontelbare vertakkingen: een unieke prestatie

- met hun macht raakt ook hun godsdienst, waarin een zonnegod de hoofdrol vervult, verspreidt over de gebieden, evenals hun bijzondere bouwwerken, weefpatronen, aardewerk en taal, het Qechua; de economische integratie wordt ook bevorderd door de kustvaart, die meer werd gestuurd door de staat dan door handelaren en markten

- Versmelting van het Amerikaanse en Oude Wereld web

* met een paar honderd man en geholpen door vijanden van de Azteken en een vernietigende pokkenepidemie lukt het de Spaanse avonturier Hernán Cortés om tussen 1519 en 1521 het Azteken-rijk ten val te brengen

      * in 1532 stuit een ver familielid van Cor­tés, Francisco Pizarro, met 167 kameraden op het door een pokkenepidemie verwoeste en door een burgeroorlog verscheurde rijk der Inca´s; door een combinatie van handige diplo­ma­tie, bedrog, oorlog en moord krijgt Pizarro het rijk snel in handen; het web breidt zich nu snel uit, want de bestaande belasting-, belonings- en handelsstelsels worden iets aange­past om de Spaanse doeleinden beter te kunnen dienen, maar blijven verder vrijwel intact

- zo voorziet het stuk­loonsysteem van de Inca´s, onder andere toegepast op wegonderhoud en andere publieke werken, het Spaanse gezag van voldoende arbeiders om de zilvermijnen in de Andes te exploiteren, waarmee een fiks deel van het Spaanse Rijk wordt gefinancierd

* de grootste consequentie van de samenvoeging van het Amerikaanse web en het Oude-Wereldweb is het rampzalige sterftecijfer in zowel Zuid- als Noord-Amerika.

      - geen van de Amerikaanse bevolkingsgroepen heeft enige ervaring met de ´volksziekten´ die in het Oude-Wereldweb de gewoonste zaak van de wereld zijn

- hun voorouders zijn vóór de domesticatie van de kuddedieren naar Amerika gekomen en dus niet bestand tegen de ziekten die deze kudde­dieren verspreiden (pokken, mazelen, griep)

- bovendien komen alle Amerikaanse volken voort uit een relatief klein aantal voorouders, waardoor de genetische diversiteit gering is; als een ziektekiem het immuunsysteem van de één kan omzeilen, kan hij dat waarschijnlijk bij de ander ook

- het resultaat is één van de twee grootste rampen die onze geschiedenis kent (de andere was de veertiende-eeuwse pestepidemie); als gevolg van herhaaldelijke epidemieën sterft tussen 1492 en 1605 ten minste de helft en misschien wel negentig procent van de indiaans-Amerikaanse bevolking

- Oceanië (in 1450 hooguit een paar miljoen mensen):

* in de 15de eeuw lijkt het eiland Yap (onderdeel van de Carolinen) het middelpunt te vormen van een handelsnetwerk dat reikte tot aan Guam en Palau; als betaalmiddel gebruikt men stenen schijven; de Melanesische en Polynesische stammenstaatjes op Fiji, Samoa en Tonga hebben ook regelmatig contact met elkaar; halverwege de 19de eeuw zijn al deze gebieden door de Europeanen binnen het wereldweb getrokkken

* in Nieuw-Zeeland leven in 1769 misschien 100.000 Maori, afstammelingen van de kleine groep Polynesische pelgrims die daar rond het jaar 1300 zijn gearriveerd; kort nadat kapitein Cook in 1769 een begin heeft gemaakt met het in kaart brengen van de kustlijn van Nieuw-Zeeland, arriveert een grote groep Engelse, Franse en later ook Amerikaanse zeehonden- en walvisjagers, gevolgd door zendelingen en handelaren; in 1820 hebben zij kosmopolitische havens gecreëerd waar het leven hard is en de culturen van de Maori en de Europeanen moeizaam naast elkaar leven; ook hier zaien de uitheemse ziekten dood en verderf; vanaf 1840 is er sprake van een snelle opbouw van Europese nederzettingen, politieke annexatie, territoriale strijd en massale kerstening

* In 1788 leven in Australië mogelijk 750.000 aboriginals, maar de schattingen lopen sterk uiteen; ze doen niet aan landbouw, al branden ze wel stelselmatig stukken land af om een goede habitat te creëren voor de planten die zij graag verzamelen en de dieren waarop zij graag jagen; de aboriginals leven in kleine, mobiele groepen die losjes georganiseerd zijn in vijf- tot achthonderd ‘stammen’ die, althans in het droge binnenland, handel drijven, bruiden uitwisselen en elkaar steunen, ook al zijn ze soms honderden kilometers van elkaar verwijderd; met enige regelmaat vliegen ze elkaar ook in de haren; als in 1788 schepen vol Engelse gevangenen arriveren, aanvankelijk vooral kleine dieven uit Londen, worden de aboriginals afgeslacht, verdrongen of door ziekte geveld; al in 1845 zijn er meer kolonisten dan aboriginals; het aantal kolonisten zal dan alleen nog maar toenemen en het aantal aboriginals alleen nog maar slinken

- Het samengaan van alle webben en de verspreiding van het wereldwijde web is voornamelijk het werk van de Atlantische Europeanen; zij zijn de Mongolen van de zee:

* net als de Mongolen hebben zij een militair voordeel (vanaf 1450 beschikken ze over het scheepskanon) en aarzelen ze niet om dat uit te buiten

* net als de Mongolen hebben ze geen moeite om bondgenoten te vinden die in ieder geval op de korte termijn grote voordelen in een samenwerking zien

* en net als de Mongolen leggen zij met hun overwinningen, slachtpartijen en inlijvingen een stevige basis voor een ongekende consolidatie van sociaal en ecologisch interactieve netwerken

 

SIBERIË EN HET NOORDPOOLGEBIED

- Siberië

* in 1500 leeft in de bossen en taiga´s van Siberië, die ruw­weg een kwart van Eurazië beslaan, waarschijnlijk maar een half miljoen mensen; de meeste Siberiërs (o.a. Tungus, Samojeden en Chukchi) zijn jagers, vissers en rendierherders, die Siberië delen met enkele miljoenen pelsdieren, waaronder vossen, hermelijnen, eekhoorns en sabelmarters

* begin jaren tachtig van de 16de eeuw krijgt de Stroganoff-familie, die een monopolie­positie heeft in de Russische zouthandel, toestemming van tsaar Iwan de Vierde (´Iwan de Verschrikkelijke´) om arbeiders te rekruteren voor de opbouw van een pels­handel in het westen van Siberië; van deze publiek-private samenwerking profiteert ook de tsaar

* in 1582 begint een veldtocht door Siberië, waarbij de Stroganoffs geholpen worden door groot aantal kozakken, een ruig volk dat in het zuiden van Rusland en Oekraïne leeft

* in 1640 hebben de kozakken de Siberische rivieren en wegen m.b.v. vuurwapens en kanonnen (die ze op rivierboten plaatsten) in handen en bereiken de Grote Oceaan

* in 1652 raken ze samen met andere troepen van de tsaar in het dal van de Amur slaags met het Chinese leger; deze confrontatie leidt uiteindelijk tot het vredesverdrag van 1689; de Russisch-Chinese grens blijft tot het midden van de negentiende eeuw onomstreden

* vanaf 1730 breiden de Russen hun nederzettingen langs de Grote Oceaan uit naar Alaska, en rond 1810 bereiken ze het noorden van Californië; ze bouwen een netwerk van tientallen blokhutten en handelsposten op, van waaruit ze hun naar alle kanten uitdijende rijk proberen te controleren

* drijvende kracht achter de expansie is de pelshandel; de Russen dwingen de Siberiërs een bijdrage te leveren aan de handel: iedere gezonde volwassen man moet bont leveren; ook bieden de Russen tabak, alcohol, werktuigen en meel aan in ruil voor bont;

* het grootste deel van de 17de eeuw bestaat 7 tot 10 procent van de inkomsten van het Kremlin uit de 200.000 tot 300.000 pelzen die jaarlijks uit Siberië komen

- Noordpoolgebied

* de komst van de Noormannen rond het jaar 1000 aan de oostkust van Canada laat nauwelijks sporen na; hetzelfde geldt voor de Baskische zeevaarders die in de 15de eeuw ontdekken dat de zee rond Newfoundland zeer rijk is aan kabeljauw; tot minstens 100 jaar na de reis van Cabot in 1487 is de Europese invloed op Noord-Amerika zeer gering

* maar kort na 1600 stichten Europeanen langs twee belangrijke waterwegen, de Hudson en de St. Lawrence, nederzettingen en pelshandelsposten; ze werken aan de opbouw van een netwerk van gefortificeerde posten (dat doet denken aan het Siberische netwerk) en bewegen de indianen ertoe beverhuiden te leveren; net als de Russen brengen ze schietwapens en besmettelijke ziekten mee, en het aantal Amerikaanse indianen slinkt dan ook snel als de pelshandelaren hun stelsel van blokhutten en handelsposten uitbreiden over het leefgebied van de bevers

* in 1800 hebben ze over land de Rocky Mountains bereikt en over zee de Pacifische kust van N.-Amerika; daar zien ze Russen zeehonden doodknuppelen en bevers vangen

- Hoewel deze gebeurtenissen op twee continenten plaatsvinden, is sprake van één grote pelsjacht; de kozakken, Russen, Engelsen en Fransen weten dat de pelsmarkt nog lang niet verzadigd is; het is algemeen bekend dat er in Europa en China (waar een hoop Siberische pelzen terechtkomen) veel vraag naar bont is; als de Schotse ontdekkings­reiziger en pelshandelaar Alexander Mackenzie in 1793 als eerste Europeaan het Noord-Amerikaanse continent oversteekt, is hij op zoek naar een goede route om de Canadese huiden in China te krijgen, wat in dit verband een interessant gegeven is

- de uitbreiding naar Siberië en Noord-Amerika is een goed voorbeeld van de manier waarop de expansie van het web verloopt: door de verspreiding van informatie, mensen, goederen en ziekten over grote afstanden, en door een expansie die van verre volken partners en vijanden maakt, wordt het lot van miljoenen mensen bepaald, worden sommigen rijk en anderen arm, laten veel mensen het leven, en gaat de ene taal en cultuur (zoals die van de Yukagir) verloren en wordt de andere (Russische, Franse en Engelse) juist verspreid

 

AFRIKA

- In Oost-Afrika, tussen de Zambesi en Ethiopië, wordt de interactie met het web via de Indische Oceaan iets uitgebreider: Portugese zeevaarders krijgen enkele havens in handen (1505-1520), waarna een bescheiden handel in slaven en ivoor ontstaat — vooral op Arabië en India — die vóór 1720 grofweg 1000 slaven per jaar betreft; na 1720 voeren de Portugese slavenhandelaren in Mozambique de handel op

- Zuid-Afrika is duizenden jaren lang de thuisbasis van herders, de Khoikhoi, en jager-verzamelaars, de San; al met al leven er misschien 50.000 mensen in het Kaapgebied; vanaf 1488 wordt het gebied plotseling en volledig opgeslokt door het web: Portugese en later, na 1600, Nederlandse schepen op weg naar de Indische Oceaan onderbreken hun reis bij Kaap de Goede Hoop om water en voedsel in te slaan en te herstellen van de ontberingen.

* in 1652 vestigt de Verenigde Oost-Indische Compagnie daar een permanente post

* omdat de Khoikhoi en de San niet de voorraden kunnen leveren die voor de lange zeereizen nodig zijn, brengt de VOC vanaf 1670 boeren naar de Kaap, waardoor het gebied verandert in een landbouwkolonie

*  van meet af aan is men hier afhankelijk van de slaven die gekocht of geroofd worden van de Khoikhoi, of die uit India, Indonesië, Madagaskar en (vanaf de 18de eeuw steeds vaker) uit Mozambique worden gehaald

* de economie richt zich steeds meer op de behoeften van de passerende schepen, en tarwe, vlees, wijn en prostituees waren dan ook toonaangevend

* 1713: een schip waarvan het linnengoed aan wal wordt gewassen, brengt pokken mee;  een kwart van de inwoners van Kaapstad en 90% van de Khoikhoi overlijdt hieraan: in 1755 en tussen 1770 en 1780 slaat de ziekte nogmaals toe en maakte nu niet alleen slachtoffers onder de Khoikhoi, maar ook onder de Bantoes ten oosten van de Kaap, in de Zuid-Afrikaanse streken die we nu Transkei en Natal noemen

* de Nederlandse taal en het calvinisme van de Hervormde Kerk verspreiden zich over de slavengemeenschap en de vrije Khoikhoi; rond 1700 zijn er genoeg moslims om bij de VOC een verzoek in te dienen voor de bouw van een moskee

* rond 1800 wonen er in het Kaapgebied ongeveer 20.000 voor het merendeel Nederlandse kolonisten en 25.000 slaven, veelal afkomstig uit zuidelijk Afrika

 

SLAVENHANDEL

- Belang/omvang van slavenhandel wijzigt als web wordt uitgebreid met vele kustgebieden

* 1441: Portugezen nemen voor het eerst zwarte Afrikanen gevangen en beginnen een kleinschalige slavenhandel op Portugal en later op Madeira en de Canarische Eilanden

* succes van de suikerplantages aldaar wordt gevolgd door ontwikkeling van plantages in achtereenvolgens São Tomé, op eilanden voor de Afrikaanse kust, en in Brazilië

* 1534: begin transatlantische slavenhandel op Brazilië, eerst vooral vanaf de kusten van wat nu Senegal en Ghana heet, in 18de eeuw ook vanuit Mozambique en Oost-Afrika

* 1780-1790: hoogtepunt: jaarlijks bijna 80.000 slaven over de Atlantische Oceaan

- Slachtoffers:

      * 25 miljoen slaven worden naar de Afrikaanse westkust gebracht

      * 15 miljoen slaven overleven en worden verscheept

      * 10 miljoen slaven overleven de overtocht

- Bestemming:

      * 40% naar Brazilië

      * 40 % naar het Caraïbisch gebied

      * 5 % naar de Verenigde Staten

- Alles draaide om de handel (suiker vindt gretig aftrek in Europa, tabak vindt overal aftrek)

- Om deze producten in Amerika te kunnen telen, een gebied dat qua windrichting gunstig ligt voor de Europese markt, zijn een hoop sterke armen nodig; er zijn onvoldoende Indianen  voorhanden, die bovendien gemakkelijk kunnen vluchten in een voor hun vertrouwde omgeving; plantage-eigenaren huren Europese contractarbeiders (en een paar Ierse en Schotse slaven), maar vinden die vanaf 1640 te duur en te zwak (velen sterven aan malaria en gele koorts rond 1650); Afrikaanse slaven zijn minder duur (hoewel niet goedkoop) en kunnen in het tropische Amerika beter overleven; men besluit ze daarom te kopen

- Waarom verkopen Afrikanen hun mede-Afrikanen als slaven aan de Europeanen:

* mensen zijn schaars in Afrika; de rijkdom van een man wordt daarom vaak berekend in termen van mensen: hoe meer kinderen, vrouwen, bedienden en slaven van hem afhankelijk waren, hoe groter zijn status, rijkdom, macht en veiligheid

* nu kan een veroverde slaaf in opstand komen, en een slaaf die nog te dicht bij huis is kan weglopen; het is dus gunstig ongewenste slaven uit te leveren aan kusthandelaren, in ruil voor wapens of porseleinslakken; met de wapens kan men weer nieuwe slaven veroveren en met de porseleinslakken (een betaalmiddel) kan men de eigen familie en het aantal bedienden uitbreiden

* de voorkeur gaat uit naar vrouwen en kinderen omdat die in Afrika doorgaans op het land werken en trouwer zijn dan mannen; ook biedt een familie meer emotionele bevrediging; ten derde betaalt de Atlantische markt meer voor mannen dan voor vrouwen en kinderen.

* Afrikaanse slavenhandelaren trekken zich niets aan van het lot van de slaven, want van een gemeenschappelijke Afrikaanse identiteit is geen sprake

- De gevolgen van de slavenhandel zijn niet voor ieder gelijk: sommige volken worden van de kaart geveegd; terwijl het dunbevolkte Midden-Afrikaanse regenwoud onaangetast blijft

- De Afrikaanse kusthandelaren leren de Europese talen vloeiend spreken, en een enkeling neemt Europese kledinggewoonten en manieren over

© 2007 Evert Jan Ouweneel

10.000-1000 vC 3500 vC -200 nC 200-1000 nC 1000-1500 nC 1450-1800 nC