Websophia NRC-Next artikelen Uw reactie 

Chinese overheid staat

voor duivelse dilemma's

 

Evert Jan Ouweneel
NRC-Next, 13 januari 2009

 

Denk linksom of rechtsom, Chinese oplossingen brengen altijd onrust met zich mee.

 

China zet zich schrap. Door de huidige economische crisis dreigen de binnenlandse spanningen sterk toe te nemen, en een oplossing is niet zomaar voorhanden. Slaat de Chinese regering linksaf om onrust te voorkomen, dan komt de onrust van rechts. Slaat de regering rechtsaf, dan komt de onrust van links.

  De Chinese leiders mogen dan steeds machtiger worden op het wereldtoneel, in eigen land kampen zij met een aantal kwesties die hun positie weinig benijdenswaardig maakt: afnemende groei, toenemende werkloosheid, slechte arbeidsomstandigheden, extreme milieuvervuiling en grootschalige corruptie. Allemaal voer voor onrust. De leiders zijn daarover zeer bezorgd, want zij kennen hun geschiedenis en weten dat er al heel wat dynastieën zijn gevallen door massale volksopstanden. Met groot machtsvertoon worden de huidige opstanden, zoals in Tibet en Xinjiang, dan ook de kop ingedrukt. Tegelijk zoeken de Chinese leiders de gunst van het volk door op de genoemde gebieden naar vooruitgang te streven. Maar juist daar verschijnen de dilemma’s.

  Hier een paar feiten op een rijtje. Wie zich een mening over China wil vormen, zal ze moeten kennen.

 

1. Onrust met en zonder groei

Honderden miljoenen boeren op het Chinese platteland hebben nog maar weinig geprofiteerd van de nieuwe welvaart. Zij koesteren echter de hoop dat ook voor hen een keer betere tijden zullen aanbreken. Zolang de economie groeit, is deze verwachting niet ongegrond. Stagneert echter de economie, dan vervliegt de hoop op betere tijden: boeren hebben dan weinig meer te verliezen en kunnen zich sneller en massaler tegen de overheid keren.

  De economie moet dus groeien om onrust te voorkomen. Maar dat is slechts de ene kant van het verhaal. De andere kant is, dat er momenteel ook sociale onrust ontstaat doordát de economie groeit. Miljoenen Chinese boeren raakten de afgelopen decennia hun land en bestaansmiddelen kwijt als gevolg van industrialisatie en verstedelijking. Ook wist China de wereldproductie naar zich toe te trekken door te concurreren met maximale werkdagen en minimale lonen – oftewel, door weinig rekening te houden met de belangen van arbeiders. Maar de Chinezen worden mondiger en protesteren steeds vaker en steeds georganiseerder tegen onrecht, uitbuiting en slechte werkomstandigheden.

 

2. Onrust met en zonder arbo-bescherming

Vooral de jongere arbeiders van na 1980 zijn sneller geneigd voor hun arbeidsrechten op te komen. Dikwijls behoren zij tot de tweede generatie arbeiders: de generatie die geen Culturele Revolutie en geen honger kende, middelbaar onderwijs genoot, amper op het platteland werkte en goed geïnformeerd is via gsm en internet. Zij weten wat men verdient in andere fabrieken, én zij weten of zij ook ergens anders kunnen werken. Dergelijke informatie kan voor arbeiders gunstig uitpakken. In de afgelopen jaren moesten fabrieken regelmatig de lonen verhogen en de arbeidsomstandigheden verbeteren om hun werknemers te behouden.

  Ook de arbeidswetten die de Chinese overheid juni 2007 invoerde zijn een reactie op sociale onrust. In deze wetten werd onder meer vastgelegd dat arbeiders recht hebben op een geschreven contract, op vergoeding van overuren, op arbitrage bij conflicten en op een contract met onbepaalde duur en opzegvergoeding bij een dienstverband van tien jaar of langer.

  Dat klinkt goed, en inderdaad is de sociale zekerheid enigermate toegenomen sinds de invoering van de nieuwe wetgeving. Maar de Chinese leiders, met name de lokale overheidsfunctionarissen, zien de bui al hangen: hoe meer er geïnvesteerd moet worden in de juridische en fysieke bescherming van arbeiders, hoe hoger de productiekosten. En hoe hoger de kosten, hoe groter de kans dat fabrieken óf failliet gaan óf verhuizen naar goedkopere productielanden. En als dat te vaak gebeurt, stagneert de economie en neemt de sociale onrust toch weer toe. Dat kan China, zeker in deze tijd van teruglopende export en sluitende fabrieken, zich niet veroorloven. En dus wordt de nieuwe wetgeving regelmatig ‘flexibel’ uitgelegd.

 

3. Onrust met en zonder milieubescherming

Nog een venijnig dilemma. In 2007 stelde de chef van het Chinese staatsbureau voor Milieubescherming, Zhou Shengxian, dat China steeds vaker wordt geconfronteerd met sociale onrust als gevolg van milieuvervuiling. De lucht wordt met de groei van de industrie almaar giftiger en het water raakt zó vervuild dat steeds meer boeren hun gewassen niet meer zien groeien. Ook blijken Chinezen steeds meer eisen aan milieu en levenskwaliteit te stellen wanneer hun levensstandaard stijgt. De Chinese leiders móeten dus de vervuiling aanpakken. Het zal niet de eerste keer zijn dat een Chinees bewind valt omdat het land geteisterd wordt door natuurrampen.

  Maar de sterk vervuilende bedrijven staan juist in het arme binnenland van China, waar de bevolking allang blij is dat er werk is. Deze werkgelegenheid komt in gevaar wanneer er allerlei milieumaatregelen moeten worden doorgevoerd die de productiekosten doen stijgen. Fabrieken lopen dan opnieuw het risico óf failliet te gaan óf verplaatst te worden naar milieu-onvriendelijker productielanden. Juist het arme binnenland kan zich zo’n tegenslag politiek en economisch niet veroorloven.

 

4. Onrust met en zonder liberalisering

De vorige dilemma’s hangen nauw samen met nog een ander dilemma. De Communistische Partij heeft de afgelopen decennia kunnen overleven door enerzijds te liberaliseren, anderzijds te controleren. Oftewel, door de economische teugels te laten vieren en tegelijk de politieke teugels stevig vast te houden. Kapitalisme in de ene hand, totalitarisme in de andere.

  Deze spagaat bleek opvallend goed te werken, maar geleidelijk aan komt de zaak op scherp te staan, want er is sprake van een toenemend gebrek aan controle binnen de overheid zélf.
Het zijn in belangrijke mate de lokale overheden die profiteren van het kapitalisme. Zij zijn de spinnen in het totalitaire web: land kan door hen (legaal of illegaal) worden onteigend en aan projectontwikkelaars worden verpacht; kapitalisme kan door hen (legaal of illegaal) worden getolereerd op voorwaarde dat zij inspraak hebben in het beleid en delen in de winst. Deze vermenging van economie en politiek maakt dat beleidslijnen van de centrale overheid zorgwekkend vaak door lokale overheden worden genegeerd.

  Lokale bestuurders en partijfunctionarissen hebben er lang niet altijd belang bij de milieu- en arbeidswetten van de centrale overheid door te voeren. Enerzijds uit economisch belang: de bedrijven waaraan zij geld verdienen moeten rendabel blijven. Anderzijds uit politiek belang: de werkgelegenheid moet in stand gehouden worden om sociale onrust te voorkomen. Tel daar nog bij op dat een groot deel van de nieuwe superrijken uit de groep van hoge overheidsdienaren komt en het is maar de vraag of de nationale leiders het lokale overheidsverzet kunnen breken.

  Wat te doen als centrale overheid? Meer vrijheid of meer controle? De invloed van corrupte ambtenaren op de economie vormt een gevaar voor de verdere ontwikkeling en dus de sociale stabiliteit van China. Verdere liberalisering vermindert deze invloed, maar betekent ook minder overheidscontrole op de superrijken die inmiddels zulke grote belangen te beschermen hebben dat zij een even grote bedreiging vormen voor de Communistische Partij als de kansloze armen.

  Denk rechtsom of linksom, een optie zonder spanningen is niet voorhanden.

 

Het gevaar van onrust is alomtegenwoordig in China. Het kan opkomen onder de boeren op het platteland en onder de arbeiders in de steden, onder de allerarmsten en onder de allerrijksten, buiten de Partij en binnen de Partij. En de onrust gedraagt zich als een waterbed: duw je het op de ene plaats naar beneden, dan schiet het op een andere plaats juist omhoog. Maar één ding is wel duidelijk: het alomtegenwoordige gevaar van onrust hangt nauw samen met de alomtegenwoordigheid van de Communistische Partij. Een transparant systeem van checks and balances kan de venijnigheid van menig dilemma in China aanmerkelijk verminderen.

Dit artikel verscheen op 13 januari 2009 in NRC-Next. 

Websophia NRC-Next artikelen Uw reactie