Websophia nrc-next artikelen Uw reactie 

Respect belangrijk medicijn

tegen Arabisch extremisme

 

Evert Jan Ouweneel
nrc-next, 26 februari 2009

Illustratie: Nanne Meulendijks

De glorietijd van de Arabieren ligt maar liefst duizend jaar achter ons. Tussen toen en nu ligt een lange en vernederende periode van overheersing. Dat maakt veel Arabieren uiterst gevoelig voor nog meer smaad – vooral wanneer de minachting zich op de islam richt. Want juist vanwege de islam droegen de Arabieren wél iets bij aan het cultureel erfgoed in de wereld.

 

Zelden bleek de Arabische wereld zo verdeeld als tijdens het Israëlische offensief in de Gazastrook. Drie weken en 1100 Palestijnse doden later lukte het de Arabische koningen, emirs en presidenten nog niet om bij elkaar te komen. Veel groter kan het verschil niet zijn tussen deze verdeeldheid en de eensgezindheid waarmee de Arabische stammen ooit een rijk wisten te vestigen van Spanje tot India. De Arabieren zijn zich bewust van dit contrast en het roept gevoelens van schaamte bij hen op. Het was dezelfde verdeeldheid waardoor het Arabische rijk ook weer ten onder ging en andere volken de Arabische stammen konden onderwerpen. In de 20ste eeuw waren deze overheersers eindelijk verdwenen, maar de Arabieren bleken nog steeds niet in staat de krachten te bundelen en een economische en culturele factor van betekenis te worden. Het enige wat hen macht bezorgde was olie, maar dat bleek de ontwikkeling van het Midden-Oosten eerder af te remmen dan te bevorderen.

Willen de Arabieren uitkomen bij iets waar zij trots op kunnen zijn, dan moeten zij maar liefst duizend jaar terug in de tijd. Tussen toen en nu ligt een lange periode van vernedering. Dat doet zeer en maakt veel Arabieren uiterst gevoelig voor nog meer smaad – met name wanneer de minachting zich richt op de islam. Want het was juist de islam waardoor de Arabieren wél iets wisten bij te dragen aan het cultureel erfgoed van deze wereld. Aan de islam kon een culturele en economische rijkdom ontspringen die in belangrijke mate de opgang van Europa en later Amerika heeft bepaald. Daar zijn de Arabieren zich óók van bewust, en het kan hen razend maken wanneer westerlingen daar laatdunkend aan voorbijgaan.

Hier wat feiten op een rijtje die duidelijk maken waarom veel Arabieren snakken naar wat meer respect – vooral vanuit Europa en Amerika.

 

De tijd van waardigheid (650-1050)

Tot de zevende eeuw waren de Arabische stammen sterk verdeeld. Ze bestreden elkaar en plunderden elkaars karavanen. De profeet Mohammed bracht daar radicaal verandering in. Hij wist de Arabieren te verenigen onder één geloof en één way of life. En dat was nog maar het begin. Eenmaal verenigd boekten de Arabieren – die meer kamelen bezaten dan welk ander volk ook en zich uitstekend konden verplaatsen in de woestijn – vele overwinningen buiten het Arabische schiereiland. Twintig jaar na de dood van Mohammed in 632 hadden de moslims al een rijk gevestigd van Libië tot Iran. Tijdens de dynastie van de Omajjaden (661-750) kwam daar nog Afghanistan, Pakistan, de rest van Noord-Afrika en Spanje bij.

Dat waren natuurlijk gewoon veroveringen, en wee je gebeente als je de Arabieren tegenwerkte. Maar de moslims waren niet agressiever dan de andere volken in die tijd. Ze gedroegen zich naar de huidige maatstaven zelfs beter dan de christenen, want in het Arabische rijk was meer godsdienstvrijheid dan bijvoorbeeld in het rijk van Karel de Grote (rond 800). En net als het christendom in Europa bracht ook de islam in de veroverde gebieden culturele en economische voorspoed doordat mensen dezelfde taal leerden spreken, profiteerden van elkaars kennis en kunde, en op basis van dezelfde islamitische wetten handel dreven.

Omdat Mohammed zelf koopman was geweest, hadden de Arabieren een groot respect voor de handel. Langs de karavaanroutes en kusten van Afrika en Azië bouwden zij een uitgebreid netwerk van handelsbetrekkingen op. Uiteindelijk zou dit netwerk zich uitstrekken van Java en Sumatra tot Madagascar. Ook de oude zijderoute werd goed benut. In Xi’an, de toenmalige hoofdstad van China, ontstond onder invloed van de handel een aparte moslimwijk. Het was zo voordelig om tot het islamitische handelsweb te behoren, dat velen zich bekeerden tot de islam: eerst handelaren en later koningen in Afrika en Azië.

Tijdens de dynastie van de Abbasiden (750-1258) bereikte het Arabische rijk zijn hoogtepunt. Kunst, architectuur, wetenschap, handel en nijverheid kwamen tot grote bloei. Klassieke teksten van Griekse filosofen werden vertaald en becommentarieerd. En terwijl Karel de Grote rond 800 de Saksen dwong om christen te worden, werkten moslims, joden en christenen vrijelijk samen in de Arabische wetenschap. Er werd grote vooruitgang geboekt op het gebied van de wiskunde, de astronomie en de geneeskunde.

In Spanje werd in 929 door een Arabier het Kalifaat van Córdoba uitgeroepen. Geen enkel ander gebied in Europa kon tippen aan het culturele niveau en de godsdienstvrijheid van dit kalifaat. Veel geleerden in Europa trokken naar de Leerscholen van Córdoba, Toledo en Sevilla om kennis van de oudheid op te doen.

 

De tijd van vernedering (1050-1950)

Tussen 1000 en 1500 zou het islamitische rijk nog twee keer zo groot worden en de islam zelfs de grootste religie in de wereld zijn. Maar de hoogtijdagen van de Arabieren waren voorbij. De interne strijd tegen de shi’ieten (die het kalifaat van de sunnitische Abbasiden niet erkenden) verzwakte het rijk. De Perzen vochten zich vrij in het oosten, Berbers vestigden diverse rijken in Noord-Afrika en Spanje, en bovenal kregen de Turken de macht in handen.

Formeel bleef het Arabische rijk tot 1258 voortbestaan, toen Bagdad door de Mongolen werd verwoest. Maar de macht van de Arabieren was al in 1055 gebroken, toen Bagdad werd veroverd door de Turkse Seltsjoeken. Rond 1280 begon met Osman I het Ottomaanse Rijk, een Turks rijk dat geleidelijk aan het hele Midden-Oosten veroverde en tot 1922 wist stand te houden. In 1517 werd ook het kalifaat een Turkse aangelegenheid, toen de laatste Arabische opvolger van Mohammed door de Ottomanen werd afgezet.

In de Eerste Wereldoorlog deden de Britten en de Fransen allerlei mooie beloften aan de Arabieren over zelfbestuur. Zo probeerden zij hen over te halen om mee te vechten tegen de Turken. Maar na de oorlog en de val van het Ottomaanse Rijk kwam er weinig van deze beloften terecht. Weliswaar ontstonden er nieuwe staten, maar deze werden als protectoraten geregeerd door de Britten en de Fransen. De Arabieren voelden zich vernederd door deze imperiale overheersing en verzetten zich ertegen. In de jaren dertig en veertig verwierven veel Arabische staten alsnog hun onafhankelijkheid.

 

De tijd van ontgoocheling (1950-nu)

Eindelijk leek er een tijd van vrijheid en voorspoed aangebroken. De export van olie zorgde voor nieuwe welvaart. Veel Arabieren droomden van een pan-Arabisch rijk dat opnieuw een belangrijke culturele en economische rol zou spelen in de wereld. In 1942 werd om deze reden in Syrië de Ba’ath partij opgericht, een seculiere en anti-westerse partij die zowel in Syrië als in Irak de macht in handen kreeg. In 1945 werd de Arabische Liga opgericht en in 1958 riepen Egypte en Syrië de ene Verenigde Arabische Republiek uit.

Even leek het te gaan lukken; de jaren vijftig werden de jaren van de Arabische hoop. Maar de hoop bleek van korte duur. In 1961 viel de Verenigde Arabische Republiek alweer uit elkaar. Socialistische regimes liepen vast in hun eigen bureaucratie. Republieken veranderden in dictaturen. De olie-inkomsten gaven de lokale elites een vaste machtsbasis waardoor iedere stimulans tot economische ontwikkeling en goed landsbestuur verdween. Onderwijs en gezondheidszorg werden verwaarloosd, mensenrechten werden geschonden. En al namen de regimes regelmatig een anti-westerse houding aan, hun machtspositie hadden zij voornamelijk te danken aan de westerse import van Arabische olie.

Dat was op zich al vernederend: dat het Midden-Oosten alleen iets voorstelde vanwege westers oliegeld. Maar de bemoeienis van het Westen bleek nog veel groter. Met westerse steun kwam in Irak de Ba’ath partij aan de macht (1968), werd de oorlog tussen Irak en Iran gevoerd (1980-1987) en kon een dictator als Saddam Hussein eerst regeren en in 2003 worden afgezet. Ook de staat Israël, in 1948 uitgeroepen met steun van het Westen, werd door veel Arabieren verbonden met vreemde overheersing. Tweemaal (in 1948 en 1967) probeerden zij deze vernedering ongedaan te maken door Israël gezamenlijk aan te vallen. Tweemaal verloren zij.

 

Een nieuwe tijd van waardigheid?

Vreemde overheersing (of kortweg: bezetting) is het trauma van de Arabieren. Alles wat hiermee geassocieerd wordt, roept een gevoel van vernedering op en triggert de Arabische woede. Ook de imperiale minachting van Europa en Amerika voor het Arabische cultureel erfgoed, triggert deze woede.

Veel Arabieren hebben door de ellende van heden en verleden een laag zelfbeeld en weinig hoop. Hun enige troost is vaak de glorietijd van weleer. Als wij deze Arabieren ook nog eens de waarde van hun verleden afpakken door alleen maar af te geven op de islam en de Arabische cultuur, hoeven we niet verbaasd te zijn wanneer de extremistische organisaties in het Midden-Oosten vollopen met vrijwilligers.

Als wij willen dat de Arabieren niet alleen nostalgisch terugkijken, maar ook vooruitkijken naar een betere toekomst, zullen wij het besef van eigenwaarde en nieuwe kansen in hen moeten aanwakkeren. Dat betekent allereerst: de xenofobe houding tegenover de islam doorbreken en erkennen wat wij aan het Arabische erfgoed – en de islam die daaraan ten grondslag ligt –  te danken hebben. Het betekent ook: respect voor de soevereiniteit van de Arabische staten en voor het Palestijnse recht op een eigen staat.

  En natuurlijk, het moet van twee kanten komen: van de Arabieren mogen wij verwachten dat zij de joden en de staat Israël respecteren, de mensenrechten respecteren, en de wereld ervan overtuigen dat zij onderschrijven wat er in de Koran (Soera 2:256) staat: ‘er is geen dwang in de religie’.

Een ingekorte versie van dit artikel verscheen op 26 februari 2009 in nrc-next. 

Websophia nrc-next artikelen Uw reactie