deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5

Samenvatting van Francis Fukuyama´s Het einde van de Geschiedenis, deel 1: "Een oude vraag opnieuw gesteld" Het einde van de geschiedenis en de laatste mens

Evert Jan Ouweneel

1. HEDENDAAGS PESSIMISME (hoofdstuk 1)

  • optimisme aan het begin van de 19e eeuw, tot aan de Eerste Wereldoorlog

    • vertrouwen in de menselijke ratio:

      • in de moderne wetenschap

      • in de toename van vrije democratische samenlevingen als rationeel zelfbestuur

    • vlak voor W.O. I noemt Norman Angel in The Great Illusion oorlog economisch irrationeel

  • Eerste Wereldoorlog ondermijnt Europees zelfvertrouwen → eerste pessimisme

    • twijfel aan de gedachte van vooruitgang in de geschiedenis:

      • aanwending van industriële verworvenheden (ijzer, staal, motor, vliegtuig) in de oorlog

      • deugden als trouw, hard werken, volharding en vaderlandsliefde worden ingezet in de oorlog

  • Tweede Wereldoorlog

    • technisch mogelijk om hele bevolkingsgroepen uit te roeien: joden, koelakken, ´totale oorlog´

    • in het 19e eeuwse vooruitgangsgeloof werd menselijk kwaad geassocieerd met een achterlijke maatschappijvorm. De holocaust vond echter plaats in één van de meest geavanceerde, beschaafde en ontwikkelde landen van Europa. Dat roept de vraag op: Als economische ontwikkeling, onderwijs en beschaving geen waarborg vormen tegen een verschijnsel als het nazisme, wat is dan de zin van het historisch proces?

  • 20ste eeuwse pessimisme:

    • moderne wetenschap brengt niet alleen vooruitgang (vernietigingswapens, milieurampen)

    • twijfel aan de menselijke redelijkheid en de liberale democratie als redelijkste oplossing

      • Europese zelfdestructie logenstrafte het idee van een superieure westerse rationaliteit

      • gebrek aan vertrouwen in democratie leidt tot geloof in levenskracht van totalitaire staten

      • communisme wordt door velen als totalitair alternatief voor liberale democratie gezien

        • politieke volwassenheid houdt in dat we de wereld accepteren zoals ze is en niet zoals wij willen dat ze is

        • Henry Kissinger, jaren zeventig: “In deze tijd worden we voor het eerst in onze geschiedenis geconfronteerd met de naakte waarheid dat de [communisti­sche] uitdaging niet verdwijnt.

        • in de jaren tachtig zien de meeste ´progressieven´ in Europa en Amerika voor zichzelf geen toekomst meer in het sovjetcommunisme. Men blijft echter overtuigd van de legitimiteit van het marxisme-leninisme voor ánderen (hoe verder hoe gepaster: Rusland, China, Cubanen, Nicaraguanen, Vietnamezen, derde wereld)

2. VAL VAN RECHTSE MILITAIR-AUTORITAIRE STATEN (hoofdstuk 2)

  • de legitimiteitscrisis van rechtse militair-autoritaire staten

    • ernst v. crisis in dictaturen ontging ons door ongeloof in democratie (=geloof in sterke staten)

    • kritieke zwakte van sterke staten is het gebrek aan legitimiteit (crisis op het niveau van ideeën)

      • legitimiteit is een relatief begrip dat in de subjectieve beleving van mensen bestaat

      • waarom mensen trouw aan Hitler: omdat ze in de legitimiteit van zijn gezag geloofden

      • minderheidsdictatuur mogelijk; legitimiteitscrisis = crisis binnen de dragende elites

    • fascisme geen universele leer, want het ontkent het bestaan van algemene menselijkheid

      • fascisme is innerlijk tegenstrijdig: nadruk op militarisme en oorlog leidt tot een destructief conflict met de internationale gemeenschap; daarom sinds W.O. II geen serieus alternatief

  • dictaturen hebben vaak wel een doel voor de korte, maar niet voor de lange termijn

    • voorbeelde van korte termijn doelen: eliminering van terrorisme (Junta in Argentinië), herstel van maatschappelijke orde (Griekenland), beëindigen van economische chaos

    • geen basis voor legitimiteit op de lange duur: grote fouten leiden dan tot de val van het hele regime (terwijl in een democratie ten hoogste het kabinet valt)

    • “Legitimiteit is wel eens vergeleken met een soort kasreserve. Alle regeringen, hetzij democratisch hetzij autoritair, maken soms moeilijke tijden door; maar alleen legitieme regeringen kunnen in noodgevallen op deze reserve terugvallen.” (65)

    • voorbeelde van een val door falen:

      • Dictatuur in Portugal valt in 1976 door niet te winnen koloniale oorlog in Afrika

      • Griekse kolonelsregime valt in 1974 door dreiging van oorlog met Turkije

      • Argentijnse Junta valt in 1983 door nederlaag in oorlog om de Falklandeilanden

      • Peru krijgt in 1980 burgerregering (na legerregime) door sociaal-economische problemen

    • het cliché ´niemand staat vrijwillig macht af´ blijkt lang niet altijd op te gaan!

3. VAL VAN LINKSE COMMUNISTISCH-TOTALITAIRE STATEN (hoofdstuk 3)

  • veel militaire dictaturen in Latijns-Amerika hadden heel specifieke idealen en hebben de burgermaatschappij, d.w.z. het domein van particuliere belangen, alleen willen beheersen, niet vernietigen

  • totalitarisme, zoals het sovjet-communisme en fascisme, onderscheidt zich hiervan doordat het een alomvattende visie op het leven van de mens heeft, zodat ook politieke partijen, pers, vakbonden en de kerk worden aangepakt

    • N.B. het militair regime van Franco werd juist door de Spaanse kerk aangepakt!

  • doel van het sovjet-totalitarisme: niet alleen van de vrijheid worden beroofd, maar de vrijheid ook vrezen, zichzélf ketenen en zo kiezen voor orde en veiligheid

    • dit paste men toe op de Russen, een ras “gebroken door slavernij” (Custine, 19e eeuw)

    • vgl. de roman One Flew over the Cuckoo´s Nest uit 1962 van Ken Kesey

    • de totalitaire staat had niet alleen het eeuwige leven, zo dacht men, maar kon zich ook als een virus over de hele wereld verspreiden.

  • de vele tekortkomingen van het sovjetsysteem, met name de economische malaise, leidde tot een legitimiteitscrisis van het hele systeem

    • er bleek maar één consistent normenstelsel te zijn waarnaar het oude systeem, óók door de machthebbers, kon worden beoordeeld en veroordeeld: dat van de liberale democratie, dat wil zeggen, de productiviteit van een marktgerichte economie en de vrijheid van een democratische politiek

    • toen men na de dood van Stalin niet meer koos voor pure terreur (die ook voor de uitvoerders ervan onvoordelig is), verschoof het machtsevenwicht tussen staat en samenleving in het voordeel van de samenleving:

      • de staat controleerde niet meer alle aspecten van het leven; corruptie floreerde

      • er ontstond, óók in Oost-Europa, een “post-totalitair” regime (Václav Havel): de democratische gedachte kon in deze samenlevingen niet worden uitgeroeid, maar de erfenis van het totalitarisme remde het democratiseringsproces

    • China is nog een dictatuur, maar het regime heeft geen greep meer op belangrijke delen van de maatschappij; ook vertoont het land niet meer de ideologische samenhang die het marxisme-leninisme het eens verleende

      • Het economisch wonder van Oost-Azië deed China beseffen dat zij achterliep en door de socialistische planeconomie gedoemd was tot armoede en achterlijkheid. De daarop­volgende Chinese liberalisering door Deng Xiaoping (in 1978) leidde in vijf jaar tot een verdubbeling van de graanproductie en bewees de effectiviteit van het marktprincipe. Van 1978 tot de onderdrukking in 1989 herstelde de burger­maatschappij zich zeer snel in de vorm van spontane bedrijfsorganisaties, ondernemers, informele verenigingen, enz.

      • De Chinese leiders meenden hun legitimiteit eerder te kunnen behouden als ze zich inzetten voor de modernisering en hervorming van China dan als ze de marxistische leer koppig bleven verdedigen.

    • Zowel Gorbatsjov als de Chinese leiders voerden economische hervormingen door om hun positie te consolideren, hetgeen echter neerkwam op meer burgelijke vrijheden, wat weer kon leiden tot openlijk protest, zoals de studenten op het plein van de Hemelse Vrede in 1989: de protesterende studenten wilden niet alleen economische vrijheid, maar ook politieke vrijheid!

  • machtswisseling is in totalitaire staten altijd een hachelijke zaak: omdat de opvolging niet constitutioneel geregeld is, beloven kandidaten fundamentele hervormingen (die in feite het hele systeem ter discussie stellen m.b.v. liberale ideeën als enige alternatieve normenstelsel!) om hun rivalen te slim af te zijn, wat weer nieuwe verwachtingen wekt, waar de manipulator geen greep meer op heeft

  • “[het totalitarisme is er niet in geslaagd een nieuwe mens te vormen] Al vertonen de mensen in de Sovjetunie en de Volksrepubliek China talloze typische ´posttotalitaire´ trekjes, ze blijken niet de geatomiseerde, afhankelijke, naar gezag hunkerende kinderen te zijn die ze volgens de vroegere westerse theorieën zouden zijn. Ze zijn volwassenen die waar van onwaar en goed van kwaad kunnen onderscheiden, mensen die net als andere volwassenen in de nadagen van de mensheid erkenning van hun volwassenheid en autonomie verlangen.” (63)

4. DE WERELDOMVATTENDE LIBERALE REVOLUTIE (hoofdstuk 4)

  • Fukuyama´s opvatting van liberalisme

    • politiek liberalisme: rechtsorde waarin het individu bepaalde rechten bezit die niet kunnen worden aangetast door de overheid.

      • burgerrechten: vrijstelling van controle op persoon en bezit van de burger

      • religieuze rechten: vrijstelling van controle op geloofsovertuiging en godsdienstoefening

      • politieke rechten (waaronder persvrijheid): vrijstelling van controle op zaken die niet zo duidelijk het welzijn van de gehele gemeenschap betreffen dat controle noodzakelijk is

  • Fukuyama´s opvatting van democratie

    • democratie: het universele recht om deel te hebben aan de politieke macht, dat wil zeggen het recht van alle burgers om te stemmen en te participeren in de politiek

    • het recht op participatie in de politieke macht is het belangrijkste liberale recht; daarom is het liberalisme van oudsher nauw verbonden met democratie.

    • Fukuyama´s formele definitie van democratie, ter beoordeling van landen: “Een land is democratisch als het volk het recht heeft zijn eigen regering te kiezen in periodieke, geheime verkiezingen met verschillende partijen op basis van algemeen en gelijk stemrecht voor volwassenen.”

  • Liberalisme en democratie gaan niet altijd samen

    • een land kan liberaal zijn zonder heel democratisch te zijn (Groot-Brittannië in de 18e eeuw; alleen een kleine maatschappelijke elite geniet een reeks rechten, waaronder stemrecht)

    • een land kan democratisch zijn, maar niet liberaal (Iran, een land met democratische verkiezingen maar met weinig/geen vrijheid van meningsuiting, vergadering of godsdienst)

  • Economisch liberalisme

    • economisch liberalisme: de erkenning van het recht op vrije economische activiteit en vrije economisch verkeer, gebaseerd op particulier bezit en marktmechanismen

      • ´kapitalisme´ en ´vrije-markteconomie´ zijn aanvaardbare alternatieve termen

      • deze ruime definitie gaat zowel op voor de V.S. van Ronald Reagan en het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher, als voor de sociaal-democratieën van Scandinavië en de betrekkelijk dirigistische regimes van Mexico en India.

  • De wereldomvattende liberale revolutie

    • Het aantal mogelijkheden om een land politiek en economisch te organiseren is steeds verder afgenomen. Van de verschillende soorten regimes staat alleen de liberale gedachte nog overeind.

      • voor een zeer groot deel van de wereld bestaat er momenteel geen ideologie, die aanspraak kan maken op universele geldigheid en die het liberalisme bedreigt

      • er bestaat geen ander universeel legitimiteitsprincipe dan de soevereiniteit van het volk

        • zelfs niet-democratien zullen de taal van de democratie moeten spreken, willen ze rechtvaardigen waarom ze afwijken van die ene universele norm: zij zullen ´namens het volk´ moeten spreken en handelen

      • alleen de islam (met een vijfde van de wereldbevolking als achterban) vormt, net als het liberalisme en het communisme, een systematische en samenhangende ideologie met een eigen moraal en eigen regels voor politieke en sociale rechtvaardigheid; maar buiten gebieden die in cultureel opzicht al islamitisch zijn, heeft hij nauwelijks aantrekkingskracht

        • de huidige herleving van het fundamentalisme is deels veroorzaakt door het feit dat men de liberale westerse waarden als een grote bedreiging voor de traditionele islamitische samenlevingen ervaart

    • “We kunnen ons geen wereld indenken die wezenlijk verschilt van de huidige en tegelijk beter is. Ook in andere tijden, waarin minder werd nagedacht, heeft men gemeend dat die tijd de beste was, maar wij komen als het ware uitgeput tot deze conclusie, moe van alle alternatieven die we hebben beproefd omdat we dachten dat ze wel beter moesten zijn dan de liberale democratie.” (72)

      • zijn er kansen voor de liberale democratie alleen maar tijdelijk teruggekeerd of is er een ontwikkeling op langere termijn gaande die uiteindelijk alle landen naar de liberale democratie zal voeren?

      • is de huidige tendens naar democratie misschien toch een cyclisch verschijnsel en zal ooit het verval weer zijn intrede doen?

      • is het bovendien mogelijk dat de huidige crisis van het autoritarisme slechts een meevaller is? vielen de autoritaire systemen niet om toevallige gebeurtenissen?

    • “De democratie heeft weliswaar niet altijd gezegevierd in de wereld, maar er valt toch een uitgesproken tendens naar democratie te bespeuren.” (tabel, blz. 74-75)

      • 1. het is net zo ondenkbaar dat steden en auto´s in de nabije toekomst uit de ontwikkelde wereld zouden verdwijnen als dat de slavernij zou terugkeren

      • 2. even indrukwekkend als de groei van het aantal democratieën is het feit dat de democratische bestuursvorm ook is overgenomen door niet-westerse delen van de wereld met andere politiek, religieuze en culturele tradities.

      • 3. de principes van vrijheid en gelijkheid, het fundament van de democratie, zijn blijkbaar niet toevallig, noch het gevolg van een etnocentrisch vooroordeel; ze zeggen iets over de natuur van de mens

    • “De vraag of er zoiets bestaat als een Universele Geschiedenis van de mensheid waarin de ervaringen van alle tijden en alle volken zijn opgenomen, is een zeer oude vraag, maar de recente gebeurtenissen dwingen ons haar opnieuw te stellen. Van meet af aan stond in de meest serieuze en systematische pogingen om een Universele Geschiedenis te schrijven de geschiedenis als ontwikkeling van de Vrijheid centraal. De geschiedenis was geen willekeurige aaneenschakeling van gebeurtenissen, maar een zinvol geheel waarin ideeën over een rechtvaardige politiek en maatschappelijk bestel werden ontwikkeld en uitgewerkt. En als we ons nu geen radicaal andere wereld dan de onze kunnen voorstellen, een wereld waarin ons huidige bestel duidelijk fundamenteel is verbeterd, moeten we rekening houden met de mogelijkheid dat de Geschiedenis ten einde is.” (76)

5. DE UNIVERSELE GESCHIEDENIS (hoofdstuk 5)

  • Niet alle volken en culturen trachten een Universele Geschiedenis te schrijven. En hoewel de westerse filosofische en historische traditie in Griekenland is begonnen, hebben ook de schrijvers van de Griekse oudheid nooit een dergelijk project ondernomen.

  • De Grieken hadden geen grote verwachtingen van de toekomst. Eerder was er sprake van een kosmisch kringloopidee. Plato beschrijft in de Staat een bepaalde natuurlijke cyclus van staatssystemen, en de Politica van Aristoteles gaat over de vraag hoe revoluties ontstaan en hoe het ene type staatssysteem wijkt voor het andere. Aristoteles meende, dat geen enkele staatsvorm de mens volledig kon bevredigen en dat deze ontevredenheid leidde tot een eindeloze cyclus waarin de mens de ene staatsvorm verwisselde voor de andere.

  • In de 20ste eeuw zien wij deze cyclusgedachte terugkeren bij de gedesillusioneerde denkers Oswald Spengler en Arnold Toynbee, die evenmin een lineaire, uniforme ontwikkeling (laat staan vooruitgang) in de geschiedenis zien, maar een cyclische beweging in de geschiedenissen van de verschillende volken, doordat zij ieder afzonderlijk onderworpen blijken te zijn aan dezelfde wetten van groei en verval.

  • In de bijbel komen wij als eerste de gedachte van een Universele Geschiedenis tegen.

© 2005 Evert Jan Ouweneel

deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5