deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5

Samenvatting van Francis Fukuyama´s Het einde van de Geschiedenis, deel 2: "De nadagen van de mensheid" Het einde van de geschiedenis en de laatste mens

Evert Jan Ouweneel

1. IS DE GESCHIEDENIS DOELGERICHT?
JA, DOOR DE WETENSCHAP (hoofdstuk 6)

  • even afgezien van de vraag of de mens er ook gelukkiger of in ethisch opzicht beter van wordt

  • verloopt de geschiedenis cyclisch, dan moet het bewustzijn van vorige stadia volledig verdwijnen

  • verloopt de geschiedenis doelgericht, dan moet kennis de sleutel zijn tot deze doelgerichtheid

    • moderne wetenschappen zijn onmiskenbaar cumulatief en doelgericht

      • i.t.t. schilderkunst, poëzie, muziek of architectuur (volgende schilder niet beter)

      • wetenschap bouwt voort op zichzelf

      • mens keert niet terug tot de staat van onwetendheid

      • resultaten niet onderhevig aan menselijke grillen; natuurwetten niet te veranderen

    • wetenschap heeft het karakter van menselijke samenlevingen mede bepaald

      • jagers hadden een andere samenleving dan metaalbewerkers

      • aristotelische wetenschap nauw verbonden met Grieks-christelijke cultuur

      • moderne wetenschap (16e/17e eeuw) maakt kennis tot universeel bezit

      • door dit universele karakter van kennis lijken moderne samenlevingen op elkaar

    • eerste richtinggevend mechanisme: militaire competitie

      • uit zelfbescherming moet een staat superieure technologie v.d. vijand overnemen

      • sterker nog: oorlogsdreiging dwingt tot herstructurering van sociale systemen

        • staten moeten een bepaalde grootte hebben om met buren te concurreren

        • mogelijkheid tot mobilisatie v.e. leger (daartoe stemrecht aan de armen)

        • sterk centraal staatsgezag moet belastingen heffen en wetten uitvaardigen

        • regionale, religieuze en familieverbanden onderworpen aan de staat

        • opleidingsniveau moet hoog genoeg zijn ter bediening van de technologie

      • vb. 1: grote monarchieën voerden in 17e eeuw slechts 3 v.d. 100 jaar géén oorlog; oorlogsfinanciering vroeg om een een sterk centraal staatsgezag, waarbij aristocratische privileges aan banden werden gelegd (nivellering – nieuwe sociale groeperingen – mogelijkheid tot Franse revolutie)

      • vb. 2: soortgelijk proces in Ottomaanse rijk en Japan

      • vb. 3: Gorbatsjovs perestrojka; m.n. het Strategic Defense Initiative (SDI) van de V.S. maakte Moskou duidelijk dat het de competitie tussen de twee ideologische systemen niet zou kunnen volhouden zonder interne hervormingen

    • tweede richtinggevend mechanisme: economische ontwikkeling

      • natuurbeheersing ter bevrediging van menselijke behoeften

      • wijzigend perspectief van productiemogelijkheden, nauw verbonden met de ontwikkeling v.e. steeds rationeler wordende arbeidsorganisatie (of arbeidsdeling)

        • industriële samenleving moet overwegend stedelijk zijn vanwege de benodigde geschoolde arbeidskrachten, infrastructuur en diensten

        • efficiënte arbeidsmarkt vereist mobiele en almaar bijscholende arbeiders die niet verbonden zijn aan een baan, plaats of sociaal verband

        • dit betekent een ondermijning van trad. soc. groepen als stammen, clans, families, religieuze sekten enz. t.b.v. bureaucratische organisatievormen

        • mensen worden aangenomen o.b.v. scholing, niet o.b.v. familie of status en prestaties worden naar vaststaande, universele maatstaven afgemeten

      • vb. 1: 19e eeuws Amerika: 80% eigen baas; 20e eeuws Amerika: 10% eigen baas, rest maakt deel uit van een bureaucratische organisatie

      • vb. 2: door druk v. economische rationalisering houdt maffia wel stand­ i.h. relatief onderontwikkelde zuiden en niet i.h. geïndustrialiseerde noorden van Italië

2. IS DE RICHTING VAN DE GESCHIEDENIS OMKEERBAAR?
NEE, DOOR DE WETENSCHAP (hoofdstuk 7)

  • kan de moderne wetenschap doelbewust worden afgewezen door bestaande maatschappijen?

    • vader van de anti-technologische doctrines is Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)

      • de natuurlijke mens is tevreden omdat hij al tevreden is als hij geen honger heeft en een dak boven zijn hoofd; moderne economieën daarentegen maken mensen alleen maar ontevreden/ongelukkig, doordat zij een kunstmatige wereld creëren van angst, hoop en verwachting, en met iedere behoefte die zij bevredigen weer nieuwe behoeften scheppen

    • kan bijv. een radicale milieubeweging het hele moderne concept v.d. verovering v.d. natuur omverwerpen, evenals de technologische beschaving die erop berust?

      • nee, want mensen willen niet de zegeningen van de moderne maatschappij opgeven en terugkeren naar de uitputtende arbeid van een arme boer; zéker niet als de buren wel de vruchten blijven plukken van de moderne technologie

      • de technologische ontwikkeling bevriezen leidt tot de vraag, waarom het leven op een willekeurig gekozen technologisch peil nu eigenlijk zo bevredigend zou zijn

      • de technologische vernieuwing op zeer selecte basis toestaan leidt tot de vraag, wie beslist welke technologieën aanvaardbaar zijn

      • bovendien bestaan de meest realistische oplossingen voor de milieuproblemen waarschijnlijk in het creëren v. alternatieve of milieu beschermende technologieën

  • kan een wereldramp het onvrijwillige verlies van de moderne wetenschap tot gevolg hebben?

    • stel een desastreuze wereldoorlog of milieuramp leidt tot een opleving van antimoderne en antitechnologische religies; zelfs de vernietiging van moderne wapens en de specifieke kennis voor hun fabricage kan de herinnering aan de productiemethode niet wegnemen

    • bovendien dwingt één slechte alle goede staten al om technologisch bij te blijven

  • de moderne wetenschappen zijn zo machtig, zowel in goede als in kwade zin, dat het zeer twijfelachtig is of ze ooit vergeten of ´ont-ontdekt´ zouden kunnen worden als de menselijke soort niet feitelijk wordt uitgeroeid; en is de progressie van de wetenschap onomkeerbaar, dan is ook de geschiedenis die daaruit voortvloeit onomkeerbaar

3. LEIDT WETENSCHAP TOT KAPITALISME IN DE GEÏNDUSTRIALISEERDE SAMENLEVING? (hoofdstuk 8)

  • een post-industriële maatschappij vereist kapitalisme

    • centraal geleide economieën konden hun kapitalistische tegenhangers volgen tot in het tijdperk van de kolen- en staalindustrie en de zware industrie, maar in het informatie-tijdperk werden zij verslagen

      • wetenschappelijk onderzoek gedijt het best in een sfeer van vrijheid, als mensen vrij kunnen denken en communiceren en worden beloond voor vernieuwing

        • in de Sovjetunie en China wel innovatie in ruimtevaart en wapenindustrie door stimulering, maar geen innovatie/stimulering over de hele linie (gevolg: ontploffende televisieapparaten en geen nieuwe markt aangeboord)

      • gecentraliseerde economieën laten de concurrentie niet bepalen hoe duur een nieuwe technologie moet zijn en of het succesvol is

      • gecentraliseerde bureaucratieën kunnen de complexiteit van de moderne economie niet aan

      • de geslotenheid van centraal geleide economieën maakt, dat ze geen gebruik kunnen maken van de internationale arbeidsdeling en geen kostenverlaging bij productie op grote schaal kunnen realiseren

      • centrale planning is ook schadelijk voor het arbeidsethos, doordat het mensen geen persoonlijke prikkels om te werken geeft

    • technologische complexiteit versterkt de managersklasse, wat ten koste gaat van ideologen en militanten

      • technische experts die nodig waren om een industriële economie draaiende te houden, bleken volgzaam te zijn en gemakkelijk onder de duim te houden

      • centraal geleide planeconomieën als de Sovjetunie en China bleken echter niet boven het industrialisatieniveau van 1950 uit te komen

      • de technologische intelligentsia moest meer vrijheid krijgen, met name om het denken en de buitenwereld te bestuderen (Deng Xiaoping, 1978)

      • maar toen gebeurde wat Mao al vreesde (en waarom hij de competente technocraten vervolgde): men begon te pleiten voor economische hervormingen

4. LEIDT WETENSCHAP TOT KAPITALISME IN DE ONDERONTWIKKELDE SAMENLEVING? (hoofdstuk 9)

  • de aanhoudende armoede van de onderontwikkelde wereld blies het marxisme nieuw leven in

    • heersende doctrine: de afhankelijkheidstheorie

      • in 1914 legde Lenin uit waarom in kapitalistische landen de levensstandaard was gestegen en de vakbonden tevreden waren; het kapitalisme had namelijk de uitbuiting verplaatst naar de kolonieën met hun inheemse arbeid en grondstoffen; Lenin stelde dat de uiteindelijke tegenstrijdigheid die het kapitalisme ten val brengt geen strijd is bínnen de ontwikkelde wereld (zoals Marx meende), maar de klassenstrijd tussen het ontwikkelde Noorden en het ´wereldproletariaat´ in de onderontwikkelde wereld

      • opvolger is de Argentijnse econoom Raul Prebisch (jaren vijftig): het laat ontwikkelde Zuiden is eeuwig afhankelijk van het rijke Noorden doordat het Noorden de wereld­markt afsluit voor moeilijk te fabriceren goederen als auto´s en vliegtuigen, zodat het Zuiden alleen grondstoffen en andere basisproducten kan aanleveren

      • verschillende scholen van de afhankelijkheidstheorie in de jaren zestig baseren zich op het werk van Prebisch

      • gematigde dependencistas negeren westerse multinationals en moedigen lokale industra aan door hoge tariefmuren tegen import (importsubstitutie); radicale afhankelijkheidstheoretici zoeken de revolutie, terugtrekking uit het kapitalistische handelssysteem en integratie in het sovjetblok naar het voorbeeld van Cuba

      • in de jaren zeventig, als men de zwakke basis van het marxisme in landen als China en de Sovjetunie ziet, blaast men de afhankelijkheidstheorie nieuw leven in als formule voor de toekomst van de onderontwikkelde landen

    • afhankelijkheidstheorie achterhaald door economische ontwikkeling van Oost-Azië

      • het Azië van na de oorlog toont aan dat late moderniseerders in feite een voordeel hebben in vergelijking met de gevestigde industriële mogendheden

        • westerse multinationals leverden Azië markten, kapitaal en technologie in ruil voor goedkope arbeidskracht

        • modernste technologieën konden hierdoor worden overgenomen zonder de last van een verouderde en inefficiënte infrastructuur

      • vb. 1: in 1949 hadden Taiwan en China grofweg dezelfde levensstandaard; in 1989 was de levensstandaard in Taiwan ruim 21 keer hoger dan in China

      • vb. 2: in 1960 hadden Noord-Korea en Zuid-Korea ongeveer dezelfde levensstandaard; in 1989 was de levensstandaard in Zuid-Korea ruim 4 keer hoger dan in Noord-Korea

      • hoewel economische planning in Azië groter dan in de V.S., blijken de sectoren met de meeste binnenlandse concurrentie en integratie in internationale markten in Azië het meest succesvol

    • het naoorlogse economische wonder in Azië bewijst dat het kapitalisme in principe voor alle landen openstaat           

  • waarom zijn andere marktgerichte economieën buiten Azië niet even snel gegroeid?

    • afgezien van de afhankelijkheidstheorie zijn er twee soorten mogelijke antwoorden:

      • de culturele verklaring (zie deel vier): zeden, gewoonten, godsdienst, sociale structuur staan economische groei in de weg

      • de beleidsmatige verklaring: het mercantilisme (m.n. in Latijns-Amerika)

  • mercantilisme als obstakel voor economische groei

    • Noord-Amerika erfde de filosofie, traditie en cultuur van Locke´s liberale Engeland, Latijns-Amerika erfde de feodale instituties v.h. 17e en 18e eeuwse Spanje en Portugal

    • mercantilisme: de kroon of een elite is de economische opperbaas en zowel de hele productie als alle commerciële activiteiten zijn afhankelijk van speciale vergunningen, monopolierechten en handelsprivileges

      • elite werd door eigen regeringen beschermd tegen internationale concurrentie d.m.v. importsubstitutie

      • daardoor moesten lokale producenten zich beperken tot kleine binnenlandse markten, waardoor ze geen kostenverlaging door productie op grotere schaal konden realiseren

        • de productiekosten voor een auto in Brazilië, Argentinië of Mexico lagen 60 tot 150 procent hoger dan in de Verenigde Staten

      • in de 20e eeuw: koppeling van eeuwenoud mercantilisme aan het linkse verlangen naar ´sociale rechtvaardigheid´ en de afhankelijkheidstheorie. Gevolg:

        • veel te grote, inefficiënte staatsorganen die proberen de economische activiteiten rechtstreeks te manipuleren of ze te bedelven onder regels

        • Brazilië: veel te veel staatsbedrijven die niet failliet kunnen gaan en waarbij de verdeling van banen een kwestie van politieke gunst is; prijzen worden door politieke onderhandelingen met machtige vakbonden bepaald

        • Peru: zoveel voorschriften rond het opzetten van nieuwe bedrijven met zoveel kosten, dat arme mensen geen formele ondernemer kunnen worden, met als gevolg een ´informele´ economie die een kwart tot een derde van het BNP produceren

        • Argentinië: in 1913 is het gemiddeld inkomen vergelijkbaar met dat van Zwitserland, in 1992 is nog maar éénzesde van Zwiterland; het verval kan rechtstreeks worden teruggevoerd op het toepassen van importsubstitutie in reactie op de economische wereldcrisis van de jaren dertig

      • volgens schrijver Mario Vargas Llosa heeft het economisch liberalisme in Latijns-Amerika in feite nooit bestaan, wel een vorm van mercantilisme, waarbij sprake is van “het verlenen van monopolies of bevoorrechte posities aan een kleine elite die afhankelijk is van de staat en waarvan de staat zelf weer afhankelijk is”

  • Azië toont aan dat onderontwikkelde landen in 1 of 2 generaties de achterstand kunnen inhalen

    • het moderniseringsproces eiste zijn tol, maar de ontberingen en moeilijkheden van de arbeidersklasse in landen als Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Hongkong vallen in het niets vergeleken bij de massale sociale terreur die op de bevolking van de Sovjetunie en China werd uitgeoefend

  • de logica van de moderne wetenschappen bevordert inzicht in economisch eigenbelang

    • in zoverre stevende de geschiedenis doelgericht af op het kapitalisme

    • mercantilisme en afhankelijkheidstheorie weerhield mensen van inzicht in eigenbelang

5. LEIDT WETENSCHAP TOT DE LIBERALE DEMOCRATIE? (hoofdstuk 10)

  • wereldwijd is er een sterke correlatie tussen sociaal-economische modernisering en democratisering

    • meest geavanceerde economie (West-Europa en N-Amerika) ook stabielste democratie

    • hoe hoger het ontwikkelingsniveau van Aziatische landen hoe democratischer ze zijn

    • meest geavanceerde economie van Oost-Europa ook het snelst democratisch

    • de enige afwijkende regio is het Midden-Oosten: niet stabiel, toch rijk (verklaring: olie)

  • drie soorten argumenten waarom industrialisatie tot een liberale democratie zou moeten leiden

    • de democratie werkt beter dan een dictatuur, omdat veel van de conflicten die zich tussen opkomende sociale groepen ontwikkelen ofwel door het rechtsysteem ofwel uiteindelijk door het politieke systeem beslecht moeten worden

      • de democratische politieke systemen reageerden veel sneller op de ecologische bewustwording in de jaren zestig en zeventig dan de dictaturen op de wereld; verklaring: democratieën staan deelname en dus ook feed-back toe (zoals het protest van een lokale gemeenschap tegen een uiterst giftige chemische fabriek), zonder feed-back zullen regeringen altijd geneigd zijn grote bedrijven die een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale welvaart te bevoordelen boven de belangen op de lange duur van kleine groepen individuele burgers

      • bezwaar tegen dit argument: het vermogen van een democratie om conflicten vreedzaam op te lossen is het grootst, wanneer deze conflicten ontstaan tussen ´belangen­groeperingen´ waartussen al geruime tijd consensus bestaat over de regels van het spel, en wanneer de conflicten primair economisch van aard zijn; de democratie is niet bijzonder goed in het oplossen van klassentegenstellingen door geërfde sociale status en geschillen tussen diverse etnische en nationale groepen

        • vb. 1: Amerikaanse democratie niet in staat dat te doen wat nodig is om zwarten volledig te assimileren en van een formele kansengelijkheid tot een brede voorwaardengelijkheid te komen

        • vb. 2: een formele democratie in derde-wereldlanden als de Filippijnen en Peru maskeert slechts de ongelijkheid in welvaart, prestige, status en macht die de elite kan aanwenden om het democratisch proces te beteugelen

      • een zich moderniserende dictatuur kan in principe veel effectiever zijn dan een democratie als de voorwaarden moeten worden geschapen voor economische groei en, na verloop van tijd, een stabiele democratie

        • “Kapitalisme gedijt het best in een mobiele en egalitaire maatschappij met een ondernemende middenklasse die de traditionele landeigenaren en andere geprivilegeerde, maar economisch inefficiënte sociale groepen opzij heeft gezet; als een zich moderniserende dictatuur dwang gebruikt om dit proces te versnellen, maar niet zwicht voor de verleiding om geld en macht van een inefficiënte traditionele klasse van landeigenaren over te hevelen naar een even inefficiënte overheidssector (Latijns-Amerika), dan is er geen enkele reden waarom deze dictatuur economisch strijdig zou zijn met de modernste vormen van ´postindustriële´ economische organisatie.” (146)

        • op grond van deze redenering riepen Andranik Migranjan en andere sovjetintellectuelen [anno 1992] om een ´autoritaire overgang´ naar een markteconomie in de Sovjetunie door een nationaal presidentsambt met dictatoriale macht in te stellen

    • democratie komt uiteindelijk op als een bijverschijnsel van een machtsstrijd tussen niet-democratische linkse of rechtse elites

      • als alternatief voor onophoudelijke machtsstrijd en arbitraire dictatuur komen er steeds routineuzer en geïnstitutionaliseerder procedures om nieuwe leiders te selecteren en het beleid door te lichten; als dergelijke procedures om van leider te veranderen bestaan, kunnen de verantwoordelijken voor een slecht beleid worden vervangen zonder het hele systeem omver te werpen

      • variant: de democratie vloeit voort uit een compromis tussen elitegroepen – het leger, technocraten, de industriële bourgeoisie – die door uitputting, frustratie of doordat ze elkaars ambities in de weg staan, bij gebrek aan beter akkoord gaan met een regeling waarbij de macht wordt gedeeld

      • bezwaar tegen dit argument: als de democratie voor niemand de eerste keus is, zal zij niet erg stabiel zijn; er is eerder sprake van een soort wapenstilstand tussen strijdende facties en is kwetsbaar voor een wijziging in het machtsevenwicht die ertoe zou kunnen leiden dat een bepaalde groep of elite opnieuw aan de macht komt

    • een voortgaande industrialisatie levert maatschappijen met een geschoolde middenklasse op, en deze maatschappijen vereisen participatie en gelijke rechten

      • ondanks de inkomensverschillen die vaak optreden in de eerste fasen van industrialisatie, tendeert economische ontwikkeling uiteindelijk naar een algemene nivellering omdat ze een enorme vraag creëert naar een breed, geschoold arbeidspotentieel; door onderwijs gaan mensen ook meer van en voor zichzelf eisen; ze verwerven met andere woorden een bepaald gevoel voor waardigheid dat ze gerespecteerd willen zien door hun medemensen en door de staat; een dergelijke nivellering en zelfbewustwording stimuleert mensen oppositie te voeren tegen politieke systemen die deze nivellering niet respecteren of niet alle mensen erin laten delen

      • variant: de wetenschappelijk-technische elite die nodig is om een moderne industriële economie te leiden, zal uiteindelijk een grotere politieke liberalisatie eisen, omdat wetenschappelijk onderzoek alleen kan gedijen in een sfeer van vrijheid en in een open uitwisseling van ideeën

      • bezwaar tegen dit argument: als het doel van een land in de eerste plaats econo­mische groei is, dan zou misschien niet de liberale democratie of het socialisme als winnaar uit de bus komen, maar de combinatie van liberale economie en autoritaire politiek die sommigen de naam ´bureaucratisch-autoritaire staat´ hebben gegeven en die wij ook een ´marktgericht autoritarisme´ zouden kunnen noemen

        • “Marktgerichte autoritaire regimes snoepen van twee walletjes: ze kunnen de bevolking dwingen tot een relatief hoge graad van maatschappelijke discipline, terwijl ze voldoende vrijheid laten voor innovatie en de toepassing van de modernste technologieën.” (149)

        • vb. het industriële beleid functioneerde in Taiwan alleen omdat de staat de planners kon afschermen van politieke druk zodat ze zich op de markt konden richten en efficiënte beslissingen konden nemen; het functioneerde met andere woorden omdat Taiwan níet op democratische wijze werd geregeerd

  • de logica van de moderne wetenschappen en het erdoor aangedreven industrialisatieproces wijzen niet in één bepaalde politieke richting, zoals ze dat wel doen in de economische sfeer

    • het mechanisme dat ten grondslag ligt aan onze doelgerichte geschiedenis, kan zowel tot een bureaucratisch-autoritaire als een liberale toekomst leiden

    • we moeten dan ook de verklaring van de huidige crisis in het autoritarisme en van de democratische revolutie die overal op de wereld plaatsvindt, elders zoeken

6. IS HET MOGELIJK EEN UNIVERSELE GESCHIEDENIS TE SCHRIJVEN? (hoofdstuk 11)

  • ja, de moderne wetenschappen hebben ons uitgerust met een mechanisme dat door zijn geleidelijke ontplooiing de laatste paar eeuwen richting en samenhang geeft aan de menselijke geschiedenis

    • dat de geschiedenis niet cyclisch is, betekent overigens niet dat zij zich nooit herhaalt; “maar de herhaling van bepaalde historische patronen is niet onverenigbaar met een doelgerichte, dialectische geschiedenis, als we maar inzien dat elke herhaling herinnering inhoudt aan de vorige herhaling en dus anders is” (151).

    • het feit dat het communisme er maar niet in slaagt vooruitgang te boeken in de ontwikkelde wereld en dat het vooral invloed heeft in landen die net beginnen te industrialiseren, duidt erop dat de ´totalitaire verleiding´ vooral een ´overgangskwaal´ is geweest, zoals Walt Rostow dat noemde, een pathologische toestand die voortkomt uit de specifieke politieke en sociale behoeften van landen die in een bepaald stadium van sociaal-economische ontwikkeling verkeren

    • het nazisme kan worden opgevat als een extreme variant van de ´overgangskwaal´, als een bijverschijnsel van het moderniseringsproces dat beslist geen noodzakelijk element was van de moderniteit zelf; fascisme is een pathologische, extreme omstandigheid waarnaar de moderne tijd als geheel niet kan worden beoordeeld;

      • wie het stalinisme of het nazisme een stoornis in de sociale ontwikkeling noemt, is daarom nog niet blind voor de monsterachtigheid ervan en kan wel degelijk meeleven met de slachtoffers

    • natuurlijk kunnen we toekomstige generaties niet verzekeren dat er geen Hitlers of Pol Pots zullen opstaan; een Universele Geschiedenis hoeft echter niet elk tiranniek regime en elke oorlog te rechtvaardigen om een betekenisvol groter patroon in de menselijke evolutie bloot te leggen

    • er wordt vaak verondersteld dat een Universele Geschiedenis, als er al een te bespeuren is, moet functioneren als een soort seculiere theodicee, een rechtvaardiging van alles wat verband houdt met het einddoel van de geschiedenis; dit kan van geen enkele Universele Geschiedenis redelijkerwijs worden verwacht

      • een Universele Geschiedenis is maar een intellectueel instrument; ze kan de plaats van God niet innemen en geen persoonlijke verlossing brengen voor elk afzonderlijk slachtoffer van de geschiedenis

      • ook heffen onregelmatigheden in de historische ontwikkeling zoals de holocaust – hoe gruwelijk die ook moge zijn – het voor de hand liggende feit niet op dat de moderne tijd een coherent en uiterst machtig geheel is

      • niemand zal kunnen ontkennen dat het leven in de 20e eeuw fundamenteel anders is dan het leven in alle voorgaande tijden, en onder de welgestelde inwoners van ontwikkelde democratieën die in theorie spotten met het idee van historische vooruitgang, zullen weinigen in een achtergebleven derde-wereldland willen leven dat in feite een vroeger stadium van de mensheid vertegenwoordigt

    • “Men kan erkennen dat de moderne tijd het menselijk kwaad nieuwe kansen heeft gegeven en zelfs twijfelen aan de zedelijke vooruitgang van de mens, en toch blijven geloven in het bestaan van een doelgericht en coherent historisch proces.” (155)

7. HET TEKORT VAN EEN ZUIVER ECONOMISCHE BENADERING
(hoofdstuk 12)

  • er wordt zelden om economische redenen voor democratie gekozen

    • de Verenigde Staten en Frankrijk waren al democratisch voordat zij in economische zin waren ´gemoderniseerd´; de keuze voor mensenrechten kan dan ook niet beïnvloed zijn geweest door het industrialisatieproces

    • Lee Kuan Yew betoogde dat democratie een obstakel zou zijn voor het spectaculaire economische succes van Singapore

    • een vollediger Universele Geschiedenis, zelfs een die zich in hoge mate op de moderne natuurwetenschappen baseert, zou een verklaring moeten geven van de premoderne oorsprong van de wetenschap en het verlangen dat schuilgaat achter het verlangen van de economische mens

    • Voor Hegel wordt de primaire motor van de menselijke geschiedenis niet gevormd door de moderne wetenschap of een zich almaar uitbreidende begeerte, maar door een volslagen niet-economische drijfveer, de strijd om erkenning. Hegels Universele Geschiedenis completeert niet alleen het hierboven geschetste mechanisme, maar geeft ons tevens een beter begrip van de mens – de ´mens als mens´ – zodat we inzicht krijgen in de onregelmatigheden, de oorlogen en plotselinge uitbarstingen van irrationaliteit in de luwte van de economische ontwikkeling, die de feitelijke menselijke geschiedenis hebben gekenmerkt

© 2005 Evert Jan Ouweneel

deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5