deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5

Samenvatting van Francis Fukuyama´s Het einde van de Geschiedenis, deel 5: "De laatste mens" Het einde van de geschiedenis en de laatste mens

Evert Jan Ouweneel

1. HET GEVAAR VAN LINKS (hoofdstuk 27)

  • is het leven in een liberale democratie echt bevredigend?

    • we kunnen de ineenstorting van het communisme niet aanvoeren als bewijs dat de democratie in de toekomst nooit bedreigd zal kunnen worden of dat de democratie niet hetzelfde lot zal zijn beschoren

    • we hebben een transhistorische maatstaf nodig waaraan we de democratische maatschappij kunnen afmeten, een conceptie van de ´mens als mens´ die ons in staat stelt haar potentiële tekortkomingen te zien

    • nemen wij de ´eerste mens´ van Hegel als maatstaf, dan komt de vraag naar het einde van de geschiedenis neer op de vraag naar de toekomst van de thymos:

      • wordt het verlangen naar erkenning adequaat bevredigd door de liberale democratie, of zal het wezenlijk onbevredigd blijven?

      • kunnen verlangens als thymos beide zo volmaakt door dezelfde soorten sociale en politieke instituties worden bevredigd; is het niet mogelijk dat wat het verlangen bevredigt, onbevredigend blijft voor de thymos en vice versa, zodat geen enkele menselijke samenleving bevredigend zal zijn voor de ´mens als mens´?

    • critici van het liberalisme ter linker- en rechterzijde wijzen op de mogelijkheid dat de liberale democratie het verlangen en de thymos niet gelijktijdig bevredigd, maar juist een diepe kloof tussen die twee opent:

      • links: in een liberale maatschappij blijft de belofte van universele wederzijdse erkenning fundamenteel onvervuld: economische ongelijkheid impliceert ipso facto ongelijke erkenning

      • rechts: het probleem in een liberale maatschappij is juist de gelijke erkenning, want mensen zijn van nature ongelijk: door mensen als gelijken te behandelen wordt hun menselijkheid niet bevestigd maar juist ontkend

  • het gevaar van links

    • sociale ongelijkheid valt uiteen in twee categorieën:

      • menselijke conventies

        • wettelijke obstakels voor gelijkheid (bijv. kasten, apartheid, mercantilisme enz.)

        • culturele ongelijkheid (bijv. etnische/religieuze verschillen m.b.t. arbeidsethos)

      • natuur of natuurlijke noodzaak

        • ongelijke verdeling van natuurlijke talenten of eigenschappen (bijv. knap/lelijk, begaafd/onbegaafd op muzikaal of zakelijk vlak)

        • ongelijkheid die inherent is aan het kapitalistisch systeem (bijv. statusverschil o.b.v. inkomen en opleiding)

    • het kapitalisme werkt gelijkheid in de hand

      • zuiver conventionele sociale verhoudingen worden voortdurend aangevallen en overgeërfde privileges worden vervangen door nieuwe stratificaties gebaseerd op deskundigheid en opleiding

      • bovendien wordt in vrijwel alle moderne democratieën

        • de zakenwereld gereguleerd

        • de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk verkleind

        • in verschillende mate verantwoordelijkheid genomen voor sociaal welzijn

      • het gevolg van deze nivellering is de ´middenklassemaatschappij´

        • de term klopt niet helemaal, want de sociale structuur van moderne democratieën vertoont nog steeds meer gelijkenis met de klassieke piramide dan met een kerstbal; maar het midden van die piramide is wel tamelijk omvangrijk

    • het kapitalisme werkt ongelijkheid in de hand; in een middenklassemaatschappij komen de volgende ongelijkheden steeds meer op de voorgrond te staan:

      • de natuurlijke ongelijkheid van talenten

        • [Wout Ultee, hoogleraar sociologie in Nijmegen: “al jaren blijkt uit onderzoek dat in Nederland bijna geen verborgen talent meer voorkomt”; de markt doet haar werk, een lage sociale afkomst is niet langer een beletsel om een hoge maatschappelijke positie te bereiken; Nederland is een ´meritocratie´ geworden: “Mensen komen bijna altijd terecht waar ze op grond van hun talenten thuishoren” (NRC Handelsblad, 18 juli 2002)]

      • de economisch noodzakelijke arbeidsdeling

        • in een welvarende democratie is het probleem van de armoede veranderd in een probleem van natuurlijke behoeften, van erkenning

        • wat arme of dakloze mensen werkelijk kwetst, heeft niet zozeer met hun fysieke welzijn te maken als wel met hun waardigheid: omdat ze geen rijkdommen of bezit hebben, worden ze niet serieus genomen door de rest van de maatschappij

        • zolang het onderscheid tussen arm en rijk blijft bestaan en zolang bepaalde soorten werk als prestigieus worden beschouwd en andere als minderwaardig, zal geen enkel absoluut niveau van materiële welvaart ooit deze situatie kunnen verbeteren of het onrecht uit de wereld kunnen helpen dat de waardigheid van de minder gefortuneerden dagelijks wordt aangedaan

      • de cultuur

        • de culturele ongelijkheden zijn het moeilijkst uit te roeien

        • vb. de zwarte ´onderlaag´ in het huidige Amerika: zonder een thuisfront dat de culturele waarden kan overbrengen die nodig zijn om de geboden gelegenheid te benutten, zal een jonge zwarte in Detroit of de South Bronx de constante aantrekkingskracht van de ´straat´ voelen, die een vertrouwder en spannender leven biedt dan de Amerikaanse middenklasse

        • de overheid heeft het probleem van het ´cultuur creëren´ — dat wil zeggen het stimuleren van zich eigen gemaakte zedelijke waarden — niet kunnen oplossen

    • er blijft zelfs in de volmaaktste liberale maatschappijen een spanning tussen het dubbele principe van vrijheid en gelijkheid bestaan

      • deze spanning is ´noodzakelijk en onuitroeibaar´, want met elke poging de minder bevoorrechten een ´gelijke waardigheid´ te geven, zullen de vrijheid of rechten van anderen worden ingeperkt, zeker wanneer de oorzaken van de achterstand diep in de sociale structuur zijn verankerd.

        • positieve discriminatie

        • meer geld voor nationale ziektekostenverzekering of sociaal werk betekent minder geld voor bedrijfsleven

        • arbeiders voor werkloosheid of bedrijven voor faillissement behoeden betekent minder economische vrijheid

    • het marxisme probeerde op een bepaald moment een extreme vorm van sociale gelijkheid ten koste van vrijheid in te voeren door behoefte i.p.v. talent te belonen en te proberen de arbeidsdeling af te schaffen, om zo de natuurlijke ongelijkheden te elimineren

      • alle toekomstige pogingen de sociale gelijkheid boven het niveau van een ´middenklassemaatschappij´ uit te tillen, moeten rekening houden met het falen van het marxisme; want om deze schijnbaar ´noodzakelijke en onuitroeibare´ verschillen uit te roeien, moest er een monsterlijk machtige staat in het leven worden geroepen

      • “Met de ineenstorting van het communisme over de hele wereld zijn we nu in een wonderlijke situatie beland waarin linkse critici van liberale maatschappijen een opmerkelijk gebrek aan radicale oplossingen tentoonspreiden om de hardnekkiger vormen van ongelijkheid te overwinnen.” (317)

        • de voornaamste argumenten hebben niet te maken met de principes van de liberale maatschappij, maar met de vraag waar de eigenlijke wisselwerking tussen vrijheid en gelijkheid precies zou moeten uitkomen: men kan de nadruk leggen op individualisme (Reagens Amerika, Thatchers Groot-Brittannië), op de christen-democratie of op de sociaal-democratie

    • het streven naar gelijke erkenning of isothymia hoeft niet per se gelijk met het bereiken van een grotere feitelijke gelijkheid en materiële overvloed af te nemen, maar kan er juist door worden gestimuleerd

      • Tocqueville legde uit dat wanneer de verschillen tussen sociale klassen of groepen groot zijn en steunen op oude tradities, men zich erbij neerlegt of ze accepteert, maar wanneer de maatschappij in beweging is en groepen dichter bij elkaar komen te staan, wordt men zich meer bewust van de overblijvende verschillen en gaat men zich eraan storen

      • in democratische landen was de gelijkheidsliefde een diepere en meer bestendige hartstocht dan de vrijheidsliefde

        • vrijheid kon ook zonder democratie worden bereikt, maar gelijkheid kon alleen in een democratie worden gerealiseerd en daarom kampten de mensen zich er des te sterker aan vast

        • de excessen van vrijheid zijn ook duidelijker zichtbaar dan de kwaden van extreme gelijkheid zoals kruiperige middelmatigheid of de dictatuur van de meerderheid

        • en terwijl politieke vrijheid heel gunstig is voor een kleine groep burgers, is gelijkheid een beetje gunstig voor een grote massa mensen

      • onze samenleving zal zich daarom waarschijnlijk blijven bezighouden met de gelijke waardigheid

        • vroeger dacht men dat de natuur gehandicapten slecht had bedeeld; nu echter probeert men niet alleen de fysieke handicap te genezen, maar ook de onwaardigheid weg te nemen (bijv. door een verplichte helling bij de voordeur van openbare gebouwen)

        • sommigen willen alle sporen van ongelijkheid wegwerken: meisjes mogen niet meer dan jongens betalen voor het knippen van hun lokken; ook homoseksuele mannen moeten hopmannen kunnen worden; ieder gebouw moet een helling voor rolstoelen enz.

        • mensen zetten zich voor dit soort zaken in dankzij, en niet ondanks, het feit dat er nu nauwelijks nog ongelijkheden bestaan

      • De vorm die een toekomstige linkse bedreiging van ons huidige liberalisme kan aannemen, zou volslagen anders kunnen zijn dan de vormen waarmee we in deze eeuw vertrouwd zijn geraakt. De bedreiging van het liberalisme door het communisme was direct en duidelijk en de leer is nu volledig in diskrediet geraakt; het is dan ook moeilijk voor te stellen dat het ergens ter wereld ooit nog een kans zal hebben. Het is veel waarschijnlijker dat een toekomstige linkse bedreiging van de liberale democratie zich zal voordoen onder het mom van liberalisme en haar van binnenuit zal veranderen, dan als een frontale aanval op de fundamentele democratische instituties en principes.” (319)

    • er is sprake van een gigantische groei van het aantal nieuwe ´rechten´, waarvan sommige de grondrechten beknotten en onderling tegenstrijdig zijn:

      • voorbeelden:

        • recht van het kind, recht op een kind, recht op abortus

        • recht op reizen, recht op werken, recht op recreatie enz.

      • omdat er geen overeenstemming meer bestaat over de aard of het wezen van de mens, zal elke poging om rechten te definiëren of om het ontstaan van nieuwe en wellicht onlogische rechten te voorkomen, vruchteloos zijn

      • bovendien is er hierdoor ruimte voor een supra-universalisering van rechten, waarbij het verschil tussen menselijk en niet-menselijk verdwijnt

        • de moderne mens ziet nu dat er een continuüm is vanaf het “levende slijm”, zoals Nietzsche dat noemde, tot aan hemzelf; hij verschilt kwantitatief maar niet kwalitatief van het dierlijke leven waaruit hij is voortgekomen

      • “De uitbreiding van het gelijkheidsprincipe voor mensen tot de niet-menselijke schepping mag op dit moment bizar lijken, maar ze ligt besloten in onze huidige impasse in het denken over de vraag wat de mens is. Als we echt geloven dat hij niet in staat is een morele keuze te maken of de rede autonoom te gebruiken, als hij geheel in subhumane termen kan worden opgevat, dan is het niet alleen mogelijk maar zelfs onvermijdelijk dat rechten geleidelijk net zo goed zullen gelden voor dieren en andere natuurlijke wezens als voor de mens.” (322)

        • gevolg: ook zoiets als gelijkwaardigheid valt niet meer te verdedigen!

2. HET GEVAAR VAN RECHTS (hoofdstuk 28)

  • is universele erkenning eigenlijk wel de moeite waard? Is de kwaliteit van de erkenning niet veel belangrijker dan de universaliteit ervan? En wordt die erkenning niet gebanaliseerd en gedevalueerd als ze universeel is?

    • Groucho Marx grapte eens, dat hij nooit lid van een club zou willen zijn die hem als lid zou toelaten: wat is de waarde van de erkenning die iedereen verkrijgt alleen maar omdat hij een mens is?

    • Nietzsche: het christelijk geloof ontstond uit het besef dat de zwakken de sterken konden weerstaan als zij zich aaneensloten tot een kudde en gebruik maakten van de wapens van schuld en geweten; in moderne tijden is dit vooroordeel wijd verbreid en onweerstaanbaar geworden, niet omdat het waar is, maar omdat er zoveel meer zwakken zijn

      • de liberaal-democratische staat is de onvoorwaardelijke overwinning van de slaaf; de vrijheid en de bevrediging van de meester bleven nergens behouden, omdat niemand echt heerst in een democratische samenleving

      • het trotse geloof in de eigen superioriteit is verruild voor comfortabel zelfbehoud

    • de “gevoel van eigenwaarde”-beweging in de Verenigde Staten wil alle mensen omhelzen en hun vertellen dat ze waarde hebben, dat ze iemand zijn, hoe miserabel en verloederd hun leven ook is; ze willen geen enkel mens en geen enkele daad als onwaardig uitsluiten; daarmee bewerken ze vooral het omgekeerde, want om ervoor te zorgen dat iedereen tevreden is met zichzelf, moet iedere uitdaging die men mogelijk niet aankan, worden vermeden; niemand moet dan nog worden aangemoedigd zich met grote prestaties te ´onderscheiden´ of eigenkrachtig uit zijn ellende op te werken, want stel dat het mislukt!

      • het probleem met de huidige “gevoel van eigenwaarde”-beweging is dat de leden ervan zelden bereid zijn zich uit te spreken over wat waardevol geacht moet worden; iedereen wordt zonder meer een gevoel van eigenwaarde aangepraat, terwijl zelfrespect vooral gebaseerd is op prestaties, hoe bescheiden ook; hoe groter de prestatie, hoe groter het gevoel van eigenwaarde

    • het maat ook uit wie erkent; het is veel bevredigender erkend te worden door iemand wiens oordeel men respecteert dan door vele mensen die er niets van begrijpen

    • volgens Nietzsche was er alleen in een aristocratische samenleving werkelijke uitmuntendheid, grootheid of adeldom mogelijk; werkelijke vrijheid of creativiteit kan alleen uit megalothymia voortkomen

      • zelfs als mensen als gelijken geboren worden, zouden ze nooit tot het uiterste van hun kunnen gaan als ze gewoon net als iedereen wilden zijn; het verlangen om als superieur aan anderen erkend te worden, is noodzakelijk om zichzelf te kunnen overtreffen

      • megalothymia is niet alleen de basis van veroveringen en imperialisme, het is ook de noodzakelijke voorwaarde voor alles wat in het leven de moeite waard is, of het nu om grote symfonieën gaat of schilderijen, romans, ethische gedragscodes of politieke systemen

      • elke vorm van uitmuntendheid ontstaat volgens Nietzsche oorspronkelijk uit ontevredenheid, uit innerlijke verscheurdheid en innerlijke strijd met alle ellende van dien: “men moet innerlijk chaotisch zijn om een dansende ster te kunnen creëren”; een goede gezondheid en zelfgenoegzaamheid zijn daarom handicaps

    • er bestaat een onvermijdelijke spanning tussen de isothymotische idealen van een egalitaire samenleving en de megalothymotische individuen die nodig zijn om zo´n samenleving te creëren

      • mensen als Lenin en Trotski die naar iets hogers en zuiverders streefden, komen daarom waarschijnlijk eerder naar voren in samenlevingen die geloven in de stelling dat alle mensen niet als gelijken geschapen zijn; een democratische samenleving, die het tegendeel gelooft, is geneigd opvattingen als die van Lenin te relativeren en alle levenstijlen en waarden als gelijkwaardig te beschouwen

        • vanwege dit relativisme is de moderne mens de laatste mens: hij is uitgeput door de ervaring van de geschiedenis en kan niet meer direct in waarden geloven

      • maar als mensen niets meer als superieur kunnen beschouwen, vallen ze terug op de bevestiging van het leven zelf en bekommert men zich om zijn persoonlijke gezondheid en veiligheid, want die zijn ten minste niet omstreden

    • het relativisme van het gelijkheidsdenken leidt niet tot bevrijding der groten of sterken maar tot de bevrijding van de middelmatigen, die te horen krijgen dat ze zich nergens voor hoeven te schamen

      • de laatste mens aan het einde van de geschiedenis kijkt wel uit om zijn leven te riskeren voor een goede zaak, want hij beseft dat er vele zinloze gevechten zijn geweest waarin het ging om de vraag of de mensen christen of moslim, protestant of katholiek, Duits of Frans moesten zijn; de trouw die mensen aanzette tot wanhopige daden van moed en opoffering, bleek later een onnozel vooroordeel te zijn

      • mensen die een moderne opvoeding hebben genoten, zitten het liefst thuis en prijzen zich gelukkig om hun ruimdenkendheid en gebrek aan fanatisme

      • en mensen (vooral jonge) die nog wel ergens in willen geloven, staan voor het bijna onoverkomelijke probleem, dat ze nooit eerder zo´n keuzevrijheid hadden: ze kunnen moslim worden, boeddhist, theosoof, hare krishna, om nog maar te zwijgen van de meer traditionele mogelijkheden als katholiek of doopsgezind te worden

        • het geloof scheidt mensen van elkaar in plaats van hen tot elkaar te brengen, omdat er zoveel andere mogelijkheden zijn

    • Tocqueville liep op Nietzsche vooruit voor zover hij zich maar al te goed bewust was van wat er verloren ging toen aristocratische samenlevingen democratisch werden

      • hij merkte op, dat de democratie in veel mindere mate de mooie maar nutteloze dingen voortbracht die zo typerend waren voor de aristocratische samenleving, van gedichten en metafysische theorieën tot Fabergé-eieren, en veel meer nuttige maar lelijke dingen: werktuigmachines, snelwegen, Toyota Camry´s en geprefabriceerde huizen

    • Kojčve ziet de mens aan het einde van de geschiedenis weer dierlijk worden, zoals ze waren vóór het bloedige gevecht waarmee de geschiedenis begon; als de mensen een samenleving bereiken waarin de onrechtvaardigheid is overwonnen, zal hun leven op dat van de hond gaan lijken

      • een hond ligt liefst de hele dag in de zon te slapen als hij maar te eten krijgt, want hij is niet ontevreden met wat hij is; het kan hem niet schelen dat het met andere honden beter gaat dan met hemzelf, of dat zijn carričre als hond is vastgelopen, of dat er ergens in de wereld honden worden onderdrukt

      • “Het menselijk bestaan kent een merkwaardige paradox: het schijnt onrecht nodig te hebben, want de strijd ertegen roept het beste in de mens wakker.” (335)

    • “Het leven van de laatste mens bestaat uit fysieke veiligheid en materiële overvloed, precies wat westerse politici hun kiezers zo graag beloven. Is dit nu werkelijk waar het allemaal om gegaan is in de laatste paar duizend jaar van de menselijke geschiedenis? Moeten we vrezen dat we gelukkig én tevreden zullen zijn met onze toestand, waarin we geen mensen meer zijn maar dieren van de soort homo sapiens? Of bestaat het gevaar dat we wel gelukkig zullen zijn maar op een bepaalde manier toch ontevreden met onszelf en daarom de wereld weer de geschiedenis in zullen sleuren, met alle oorlogen, onrechtvaardigheden en revoluties van dien?” (336)

3. OVER DE UITLAATKLEPPEN VAN DE MEGALOTHYMIA (hoofdstuk 29)

  • megalothymia als tweesnijdend zwaard

    • “De liberale democratie kan op de lange duur van binnenuit ontwricht worden door een teveel aan megalothymia, of door een teveel aan isothymia, het vurige verlangen naar gelijke erkenning. Ik vermoed dat het eerste uiteindelijk de grootste bedreiging voor de democratie zal vormen.” (338)

      • een samenleving die zich overgeeft aan ongebreidelde isothymia, die fanatiek probeert elke uiting van ongelijke erkenning uit te bannen, zal al gauw op grenzen stuiten die door de natuur zelf worden gesteld; anderzijds zal de natuur zich erop toeleggen dat een aanzienlijke hoeveelheid megalothymia bewaard blijft, zelfs in onze egalitaire, democratische wereld

    • een bepaalde mate van megalothymia is een vereiste voor het leven zelf; in een beschaving die verstoken is van mensen die erkend willen zien dat ze beter zijn dan anderen en die niet op de een of andere manier bekrachtigt dat dit in wezen een gezond en goed verlangen is...

      • zou er nauwelijks kunst en literatuur, muziek of intellectueel leven bestaan

      • zou er sprake zijn van slecht bestuur omdat weinig mensen van kwaliteit een leven in dienst van het algemeen belang zouden kiezen

      • zou weinig economische dynamiek zijn, handel en industrie zouden op een laag pitje staan en zich niet ontwikkelen

      • zou de technologie inferieur en ondermaats zijn

      • en zou die beschaving niet in staat zijn zich te verdedigen tegen beschavingen met een grotere megalothymia, waarvan de inwoners klaar staan om comfort en veiligheid op te offeren en niet bang zouden zijn hun leven te riskeren om te overheersen

    • Megalothymia is altijd al een tweesnijdend zwaard geweest: zowel de goede als de slechte dingen des levens komen er tegelijkertijd en noodzakelijkerwijs uit voort. Als de liberale democratie ooit door megalothymia wordt ontwricht, zal dat komen doordat ze gebrek heeft aan megalothymia en nooit uitsluitend op basis van universele en gelijke erkenning kan overleven.” (338)

  • of de democratie op den duur gezond en stabiel kan blijven is afhankelijk van het aantal en de kwaliteit van de uitlaatkleppen voor onze megalothymia

    • de eerste en belangrijkste uitlaatklep in een liberale samenleving vormen het ondernemerschap en andere vormen van economische activiteit

      • het is juist de opzet van democratische kapitalistische landen als de Verenigde Staten dat de meest getalenteerde en ambitieuze naturen meer de neiging zullen hebben om in zaken te gaan dan in de politiek of het leger

      • de rusteloosheid van dergelijke lieden zou hen ertoe kunnen brengen vernieuwingen in eigen land voor te stellen of avonturen in het buitenland te beginnen, met mogelijk rampzalige gevolgen voor de staat

        • het is niet verwonderlijk dat de ambitieuze Alcibiades de politiek inging en, tegen het advies van de voorzichtige Nicias, Sicilië binnenviel en de staat Athene ten val bracht

        • de grondleggers van het moderne liberalisme begrepen dat Alcibiades´ verlangen naar erkenning beter gericht had kunnen worden op het maken van de eerste stoommachine of microprocessor

    • de verovering van de natuur door de moderne wetenschap, die altijd nauw samenhangt met het kapitalistische economische leven, is ook uiterst thymotisch

      • het gaat hierbij om het beheersen van de ´bijna waardeloze grondstoffen van de natuur´ en ook om het streven erkend te worden als beter dan andere geleerden en ingenieurs met wie men wedijvert

    • ook de democratische politiek is een uitlaatklep voor ambitieuze naturen

      • de verkiezingsstrijd is een thymotische activiteit omdat je met anderen wedijvert om openbare erkenning op basis van tegenstrijdige opvattingen van goed en kwaad, recht en onrecht

      • maar door allerlei institutionele beperkingen van de macht in democratieën kunnen politici moeilijk hun eigen stempel drukken op het volk, zodat de ambitieuze naturen die in vroeger eeuwen meesters of staatslieden zouden willen zijn, zich waarschijnlijk niet zo snel aangetrokken zullen voelen tot de democratische politiek

      • op het gebied van de buitenlandse politiek kunnen democratische politici nog steeds de erkenning krijgen die op andere terreinen van het leven vrijwel nergens meer te vinden is

        • de buitenlandse politiek is van oudsher het strijdperk voor belangrijke beslissingen en de botsing van grootse ideeën, zelfs als de reikwijdte van die botsingen wordt beperkt door de overwinning van de democratische ideeën

        • George Bush kreeg een nieuw aanzien in de Golfoorlog van 1991

    • strijd, oorlog, onrecht en armoede in de historische wereld zal op bepaalde individuen in de posthistorische wereld een zekere aantrekkingskracht blijven uitoefenen

    • steeds vaker vindt de megalothymia een uitlaatklep in puur formele activiteiten als sport, alpinisme, autoracen, deltavliegen, vrije-val-parachutespringen, marathon lopen e.d.

  • eigenlijk worden in de huidige democratieën alle vormen van megalothymia getolereerd die niet tot politiek tirannie leiden

    • maar dit staat in een zekere spanning tot het commitment van democratische samenlevingen aan de veronderstelling dat alle mensen als gelijken geschapen zijn

    • het overheersende ethos in democratieën is dat van de gelijkheid en niet dat van de ongelijkheid

4. VEREENZAMING DOOR LIBERAAL DENKEN (hoofdstuk 30)

  • het verlangen naar erkenning kan ook in gemeenschapsverband worden bevredigd

    • hoewel het verenigingsleven geen grote daden van deugd en zelfopoffering te zien geeft, leidt het tot ´dagelijkse kleine persoonlijke offers´ die voor veel grotere aantallen mensen mogelijk zijn (dan bijv. het beklimmen van de Mount Everest)

    • en wie lid is van de gemeenschap, krijgt niet alleen erkenning op grond van zijn mens-zijn, maar ook op grond van alle eigenschappen die deel uitmaken van zijn persoonlijkheid

      • men kan er elke dag trots op zijn tot een militante vereniging, een buurtkerk, een geheelonthoudersvereniging, een vereniging voor de rechten van de vrouw of een vereniging voor kankerbestrijding te behoren

    • een bloeiend gemeenschapsleven in een democratie is volgens Tocqueville de beste garantie dat de burgers geen ´laatste mensen´ worden

  • juist de principes van vrijheid en gelijkheid bedreigen echter het gemeenschapsleven

    • democratische samenlevingen zijn voortdurend geneigd niet alleen andere leefwijzen te tolereren maar ook te benadrukken dat deze in wezen allemaal gelijk zijn; zij verzetten zich tegen moralistische opvattingen die afbreuk doen aan de waarde of geldigheid van een bepaalde levenswijze en staan daarom afwijzend tegenover gevoelens van exclusiviteit die moralistische gemeenschappen juist sterk en hecht maken

    • liberaal-democratisch gedacht zijn morele verplichtingen niet gebaseerd op God of de vrees voor het hiernamaals of de natuurlijke orde van de kosmos, maar alleen hierop dat ieder individu er belang bij heeft dat de anderen het verdrag nakomen; maar een gemeenschap functioneert niet als het berust op deze gedachte

      • een gezin functioneert niet als het om haar nut is opgericht en niet berust op plichtsbesef en liefde

        • kinderen opvoeden of een huwelijk een leven lang in stand houden vergt offers die bij een zuivere kosten-batenanalyse irrationeel zijn; de werkelijke voordelen van een hecht gezinsleven komen namelijk niet ten goede aan degenen die de zwaarste lasten dragen maar aan latere generaties

        • veel problemen van het moderne Amerikaanse gezin, het hoge echtscheidingspercentage, het gebrek aan ouderlijk gezag, de vervreemding van de kinderen, zijn nu juist te wijten aan het feit dat de gezinsleden van zuiver liberale principes uitgaan: als de verplichtingen zwaarden worden dan verwacht, proberen ze onder de voorwaarden van het ´verdrag´ uit te komen

      • ook op het hoogste niveau van groepsvorming, de natie, kunnen liberale principes funest zijn voor de nobelste vormen van vaderlandsliefde die nodig zijn voor het voortbestaan van de gemeenschap

    • de kapitalistische markt is ook niet bevordelijk voor een hecht gemeenschapsleven

      • liberaal-economische principes scheiden mensen van elkaar en leiden tot individualisering

        • door de vereiste scholing en arbeidsmobiliteit wonen mensen in een moderne samenleving zelden meer in de gemeenschap waarin ze zijn opgegroeid of waarin hun familie vóór hen al woonde

        • onder deze omstandigheden is het veel moeilijker om in een gemeenschap echt thuis te raken en duurzame relaties met collega´s en buren aan te knopen; het gevoel van verbondenheid met een streek of plaats verdwijnt en mensen trekken zich terug in de microkosmos van hun gezin, dat ze van stad tot stad met zich meeslepen

    • Aziatische gemeenschappen zijn veel hechter omdat ze niet op een ´verdrag´ zijn gebaseerd, maar berusten op een gemeenschappelijke ´taal van goed en kwaad´

      • het gemeenschapsgevoel van Aziatische culturen is juist op religie gebaseerd of op leerstellige systemen als het confucianisme die wegens hun eeuwenoude traditie de status van religie hebben gekregen

      • “In een situatie waarin elke zedenleer en elk religieus fanatisme wordt afgewezen ter wille van verdraagzaamheid, in een intellectueel klimaat waarin het bijna onmogelijk is nog een geloof aan te hangen wegens de vaste overtuiging dat we open moeten staan voor alle religieuze opvattingen en ´waardensystemen´ ter wereld, hoeft het ons niet te verbazen dat het gemeenschapsleven in Amerika in verval is geraakt. Dat is niet gebeurd ondanks de liberale principes, maar juist daardoor. Hieruit blijkt dat er geen fundamentele versterking van het gemeenschapsleven mogelijk is, tenzij de burgers bepaalde individuele rechten weer aan de gemeenschap afstaan en bepaalde historische vormen van onverdraagzaamheid aanvaarden.” (349)

        • liberale democratieën kunnen dus niet op zichzelf staan: het gemeenschapsleven dat hun fundament is, moet uiteindelijk uit iets anders ontstaan dan het liberalisme zelf

5. VECHTEN UIT VERVELING (hoofdstuk 31)

  • hoe lang zullen de individuen met megalothymia tevreden zijn, met metaforische oorlogen en symbolische overwinningen?

    • “Ik heb het vermoeden dat sommige mensen pas tevreden zullen zijn als ze zichzelf bewezen hebben in precies die handeling waaruit hun menselijkheid bestond aan het begin van de geschiedenis: ze zullen hun leven willen riskeren in een vreselijk gevecht en daarbij zichzelf en hun medemensen zonder de geringste twijfel bewijzen dat ze vrij zijn. Ze zullen vrijwillig het ongemak en de opoffering zoeken, omdat ze alleen door de pijn definitief kunnen bewijzen dat ze een hoge dunk van zichzelf kunnen hebben, dat ze nog steeds menselijke wezens zijn.” (351)

    • Hegel geloofde dat zonder de mogelijkheid van oorlog en de offers die erdoor worden geëist, de mensen week zouden worden en in zichzelf gekeerd; de samenleving zou vervallen tot een moeras van zelfzuchtig hedonisme en de gemeenschap zou uiteindelijk uiteenvallen

      • angst voor de ´heer en meester´ van de mens, ´de Dood´, was een kracht als geen ander in staat om mensen boven zichzelf te doen uitstijgen en ze eraan te herinneren dat ze geen geďsoleerde atomen waren, maar leden van gemeenschappen gebaseerd op gedeelde idealen

      • een liberale democratie die elkaar generatie een korte en beslissende oorlog kon voeren om haar eigen vrijheid en onafhankelijkheid te verdedigen, zou veel gezonder en tevredener zijn dan een die alleen maar vrede heeft gekend

    • maar stel nu eens dat de wereld bij wijze van spreken is ‘opgevuld’ met liberale democratieën, zodat er geen tirannie of onderdrukking meer bestaat die de moeite van het bestrijden waard is; de ervaring leert dan, dat mensen, als ze niet voor een rechtvaardige zaak kunnen vechten omdat die al door een eerdere generatie gewonnen is, tégen die rechtvaardige zaak zullen vechten

      • oftewel: ze zullen vechten uit verveling, want ze kunnen zich niet voorstellen dat ze in een wereld zonder strijd leven; en als het grootste deel van de wereld waarin ze leven gekenmerkt wordt door een vredige en welvarende liberale democratie, dan zullen ze tégen die vrede en welvaart vechten en tegen de democratie

      • de eerste wereldoorlog is in belangrijke mate uit verveling ontstaan:

        • veel Europese volken wilden gewoonweg oorlog voeren omdat ze genoeg hadden van de sleur en het gebrek aan gemeenschap in het burgerleven

        • op de moord op aartshertog Frans Ferdinand volgden massale nationalistische demonstraties in Berlijn, waarin de menigte schreeuwde om oorlog; in die sfeer werden de cruciale beslissingen genomen die tot de oorlog leidden; deze taferelen herhaalden zich in Parijs, Sint-Petersburg, Londen en Wenen

        • “De uitgelatenheid van die mensenmassa’s liet zien wat oorlog betekende: eindelijk nationale eenheid en burgerschap, een overbrugging van de kloof tussen kapitalist en proletariër, protestant en katholiek, boer en arbeider, die zo kenmerkend was voor de burgermaatschappij. Zoals een getuige de gevoelens van de menigten in Berlijn omschreef: ‘Ze kennen elkaar niet. Maar ze zijn allemaal gegrepen door een diepe emotie: oorlog, oorlog en een gevoel van saamhorigheid’.” (354)

        • het commentaar van een jonge Duitse rechtenstudent onderweg naar het front in september 1914 is tevens kenmerkend: “hoewel hij de oorlog hekelt als ‘verschrikkelijk, mensonwaardig, dom, ouderwets en in elk opzicht destructief’, komt hij tot de nietzscheaanse conclusie dat ‘de beslissende factor toch altijd de bereidheid tot opoffering is en niet het doel van het offer’” (355)

        • Pflicht was geen kwestie van welbegrepen eigenbelang of van een overeengekomen verdrag; plicht was van absolute morele waarde, toonde je innerlijke kracht en liet zien dat je boven het materialisme en je natuurlijke bepaaldheid stond; plicht was het begin van vrijheid en creativiteit

    • “Het moderne denken kan niet garanderen dat er in de toekomst niet nog een nihilistische oorlog wordt gevoerd tegen de liberale democratie door de mensen die er juist in zijn opgegroeid. Het relativisme, de doctrine die stelt dat alle waarden slechts relatief zijn en die alle ´bevoorrechte perspectieven´ afwijst, moet uiteindelijk zowel de democratische als de tolerante waarden wel ondermijnen. Het relativisme is geen wapen dat gericht kan worden op de vijanden die je zelf kiest. Het vuurt zonder onderscheid te maken, en raakt niet alleen de ´absolutismen´, de dogma´s en zekerheden van de westerse traditie, maar ook haar nadruk op tolerantie, pluralisme en vrijheid van denken. Als niets absoluut waar kan zijn, als alle waarden cultureel bepaald zijn, dan zullen ook gekoesterde principes als de menselijke gelijkheid terzijde worden geschoven.” (355)

  • Hobbes en Locke, Hegel en Nietzsche

    • het moderne liberalisme met Hobbes en Locke als geestelijke vaders, heeft geprobeerd de samenleving niet zozeer op de thymos te funderen als wel op de vaste grond van het verlangen

    • Hegel besefte echter dat dit niet zozeer de afschaffing van de thymos betekende, maar de transformatie tot een nieuwe en volgens hem hogere vorm: de megalothymia van de weinigen zou plaats moeten maken voor de isothymia van de velen

    • Nietzsche besefte dat dit ´laatste mensen´ schept en liet de balans doorslaan naar de megalothymia

      • er bestaat geen algemeen welzijn: alle pogingen om het te definiëren weerspiegelen de macht van degenen die de definities opstellen

  • terugblikkend kunnen wij die in de nadagen van de mens leven het volgende concluderen:

    • “Geen enkel regime, geen enkel ´sociaal-democratisch´ systeem, is in staat iedereen op elk gebied tevreden te stellen. Dit geldt ook voor de liberale democratie. Niet omdat de democratische revolutie nog niet voltooid is, of omdat de zegeningen van vrijheid en gelijkheid nog niet voor iedereen gelden. Maar de ontevredenheid bestaat juist daar waar de democratie volledig heeft gezegevierd: het is dan een ontevredenheid met vrijheid en gelijkheid. De mensen die nog steeds ontevreden zijn, kunnen de geschiedenis altijd opnieuw beginnen.” (357)

    • “Erkenning van de groep in plaats van universele erkenning kan een betere ondersteuning zijn voor economische activiteit en voor het gemeenschapsleven, en zelfs als die groepsgerichtheid uiteindelijk irrationeel is, duurt het nog heel lang voordat die irrationaliteit de samenleving gaat ondermijnen. Universele erkenning brengt dus geen universele tevredenheid met zich mee en het valt bovendien te betwijfelen of liberale democratieën op den duur gevestigd kunnen blijven op een rationele basis.” (357)

  • is de geschiedenis misschien toch cyclisch?

    • volgens Aristoteles is de geschiedenis cyclisch omdat alle regimes op een of andere manier onvolmaakt zijn; daarom willen de mensen het regime waaronder ze leven steeds vervangen door iets anders; zouden we na het voorgaande niet hetzelfde kunnen zeggen van de moderne democratie?

      • in navolging van Aristoteles zouden we kunnen stellen dat een samenleving van laatste mensen die geheel bestaat uit verlangens en ratio vervalt tot een samenleving van beestachtige eerste mensen die alleen op erkenning uit zijn en omgekeerd, in een eindeloze slingerbeweging

    • als een bolwerk tegen een nieuw begin van de geschiedenis en de terugkeer van de eerste mens staat het indrukwekkende mechanisme van de moderne natuurwetenschap­pen, dat gedreven wordt door onbegrensde verlangens en geleid wordt door de rede; een herleving van de megalothymia in de moderne wereld zou een breuk betekenen met deze machtige en dynamische economische wereld en zou de logica van de technologische ontwikkeling doorbreken

    • “Als ik rondkijk in het huidige Amerika krijg ik niet het idee dat we problemen krijgen door een teveel aan megalothymia. . . . Geweldige onvervulde verlangens of irrationele hartstochten vallen moeilijk te bespeuren onder de oppervlakte van de gemiddelde pas beginnende compagnon van een advocatenkantoor in Amerika. Hetzelfde geldt voor andere delen van de posthistorische wereld.” (359)

      • na de grote gebeurtenissen in 1989 in Oost-Europa, twijfelde een belangrijk deel van de Duitsers eraan of de eenwording wel zo verstandig was omdat deze te veel zou gaan kosten; dit zijn niet de kenmerken van een beschaving die zo gespannen als een veer klaar staat om zich op te offeren op de brandstapel van nieuwe en onvoorziene fanatismen, meer meer van een die heel tevreden is met wat ze is en zal zijn

    • de liberale democratie is op papier misschien niet het beste systeem, maar in de praktijk wel; want zij weet de twee pijlers van rationeel verlangen en rationele erkenning in een soort evenwicht het beste te bevredigen

    • en als dit waar is, dan lijkt het erop dat de democratie nog het meest bedreigd wordt doordat wij niet goed weten wat er op het spel staat

      • “Want hoewel de moderne samenlevingen geëvolueerd zijn tot democratieën, is het moderne denken in een impasse geraakt: het is niet in staat om consensus te bereiken over wat de mens is en wat zijn specifieke waardigheid inhoudt en daardoor kunnen de rechten van de mens niet goed worden gedefinieerd. Dit maakt enerzijds de weg vrij vor verscherpte eisen van erkenning van gelijke rechten en anderzijds voor een nieuwe ontketening van de megalothymia. Deze filosofische verwarring doet zich voor ondanks het feit dat de geschiedenis in een duidelijke richting gedreven wordt door rationeel verlangen en rationele erkenning en ondanks het feit dat de liberale democratie werkelijk de beste mogelijke oplossing vormt voor de problemen van de mens.” (360)

      • “Als de lijn van de gebeurtenissen van de afgelopen decennia zich voortzet, kan het idee van een universele en evolutionaire geschiedenis die leidt tot liberale democratie aannemelijker worden voor de mens en kan de relativistische impasse waarin het moderne denken zich bevindt in zekere zin vanzelf verdwijnen. Dat wil zeggen dat cultureel relativisme (een Europese uitvinding) in onze eeuw aannemelijker is geweest omdat Europa voor het eerst serieus door kolonialisme en dekolonisatie geconfronteerd werd met niet-Europese culturen. Veel van de ontwikkelingen van de afgelopen eeuw, de ondermijning van het morele zelfvertrouwen van de westerse beschaving, de opkomst van de derde wereld en het ontstaan van nieuwe ideologieën, versterkten het geloof in het relativisme. Maar als in de loop der tijd steeds meer samenlevingen met een pluriforme cultuur en geschiedenis vergelijkbare patronen van lange-termijnontwikkelingen vertonen, als de bestuursstructuren van de meest ontwikkelde samenlevingen naar elkaar toe blijven groeien en als de homogenisering van de mensheid doorgaat als gevolg van economische ontwikkeling, dan zal het relativisme ons vreemder voorkomen dan nu het geval is. Want de zichtbaarste verschillen tussen de ´taal van goed en kwaad´ van de volken zullen artefacten blijken van hun specifieke stadium van ontwikkeling.” (360)

© 2005 Evert Jan Ouweneel

deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5